Posts tonen met het label hartig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hartig. Alle posts tonen

zondag 30 april 2017

Nigiri-sushi

In een van de vorige posts heb ik uitgelegd hoe je sushirijst kan bereiden.
Ook schreef ik (inclusief receptje) over een tijdbesparende wijze van serveren die in Japanse huishoudens best populair is. Namelijk chirazisushi, waarbij je de nori, vis, ei, etcetera gewoon boven op de rijst legt. De simpelste vorm van de 'handheld' sushi is de nigiri sushi.

Het is heel belangrijk dat je goed hygienisch werkt! Dus schone handen en een schoon werkblad. Dat is sowieso belangrijk bij koken, maar nu extra omdat je met rauwe ingredienten werkt.
Daarnaast is natuurlijk ook belangrijk dat de vis waarmee je werkt vers is. Je wilt natuurlijk niet je gasten met een voedselvergiftiging opzadelen...

Voor Nigiri-sushi gebruik je per stuk ongeveer 15 gram sushi-rijst. Deze kneed je zachtjes tot een bolletje (niet te hard de rijst pletten, want daar wordt de structuur van je sushi minder lekker door). Het plakje vis (zoals zalm of tonijn, garnaal kan ook) leg je in je linkerhand (als je rechtshandig bent), daar smeer je een beetje wasabi op (met je rechter wijsvinger), en vervolgens leg je je bolletje rijst er op. Draai het pakketje om in je hand zodat het stukje vis bovenop ligt. Vorm de sushi voorzichtig met de duim en middelvinger van je rechterhand. Je kan de duim van je linkerhand gebruiken om de sushi tegen te houden, maar je oefent er verder geen kracht mee uit. Richt op een rechthoekige vorm sushi. Deze leg je op een bord zodat je de volgende sushi kan maken.


Als je bij het opeten deze sushi in de sojasaus wil dippen, dip dan de kant met de vis in de sojasaus. Het is namelijk niet de bedoeling dat de rijst volgezogen wordt met sojasaus ;)

Chef Tomikawa doet het even voor:


maandag 24 april 2017

Oranje review: Zoete aardappelchips

Deze week is het weer Koningsdag, traditioneel staat alles dan bol van oranje dingen!
In de afgelopen jaren heb ik al best een aantal recepten ontwikkeld die niet misstaan op Koningsdag.

Denk bijvoorbeeld aan oranjemuffins, of (bij gebrek aan pompoenpuree) wortelsinaasappelcake. Als je zin hebt om wat uitgebreider te bakken op Koningsdag, kan je er voor kiezen om een abrikozen slagroomtaart te maken :P. Bij juist gebrek aan tijd of zin om lang in de keuken te staan, kun je ook kiezen voor oranje Powerballs!

Bij meer trek in een broodje, heb ik ook enkele oranje opties. Bijvoorbeeld een Kroningspanini, of oranje linzenspread als beleg. Voor een portie oranje fruit kun je kiezen voor een smoothie met mandarijn en sinaasappel, of misschien met mango.


Hoewel ik meerdere ideeën had voor oranje recepten, besloot ik vanwege gebrek aan tijd om dit jaar een oranje review te doen! (Mijn laatste echte review is alweer bijna driekwart jaar geleden!)
In de supermarkt kwam ik zoete aardappelchips tegen, die zijn natuurlijk oranje, dus geknipt voor Koningsdag (en weer wat anders dan de gewone paprikachips).
Omdat ik het niet kon laten, jullie kennen me inmiddels ;), heb ik toch nog een mini-receptje gemaakt. Deze staat onderaan de post!


Wat is het?
'My Sweet Potato Sweet chilli, Hand-cooked English Crisps'
Chips gemaakt van zoete aardappel, met sweet chili smaak.

Ingrediënten:
Zoete aardappel, zonnebloemolie, maltodextrine, suiker, uienpoeder, zout, gistextract, tomatenpoeder, specerijen (cayennepeper, gember, witte peper, steranijs), knoflookpoeder, specerij-extract (ancho chili, chili), aroma (maltodextrine van aardappel), kleurstof (paprika-extract).

Er is er bij vermeld dat het geen kunstmatige ingrediënten bevat, glutenvrij is en geschikt voor veganisten.

Voedingswaarde per 100 g:
Energie: 2157 kJ/  518 kcal,
Vet: 32.0g (waarvan 3.5g verzadigd),
Koolhydraten: 48.9g (waarvan 14.8g suikers),
Eiwit: 4.7g,
Zout: 0.6 g.

Waar te koop?
Gewoon in de supermarkt in het schap bij alle chips. De zak (125 gram) voor deze review is gekocht bij de Albert Heijn voor €2,69.

Hoe smaakt het?
Pas nadat ik een chipje had geproefd, nam ik een kijkje op de ingrediëntenlijst. De smaak van de 'sweet chili' zoete aardappelchips was een stuk zoeter dan ik had verwacht. Zoete aardappels zijn van zichzelf al een stuk zoeter dan gewone aardappels, en de toegevoegde suiker (waarschijnlijk voor de 'sweet' van de 'sweet chili') versterkt dit extra. Bij nadere inspectie kan je suikerkorrels zien zitten op de plakjes gefrituurde zoete aardappel, en ook op je vingers.
Dat is dus het stukje 'sweet', maar hoewel ik de 'chili' wel terug zie in de ingrediëntenlijst in verschillende vormen (cayennepeper, peper, chili-extract...), proef ik dit niet terug. Misschien een heel klein vleugje in de nasmaak, maar dat was het dan ook wel.
De chips smaakt wel duidelijk naar zoete aardappel.

Wat vind ik er van?
Tyrrell's heeft de slogan 'Hand-cooked English crisps'. Ze proberen heel hard om hun ambachtelijke productiewijze te promoten op de zak. Maar als je er eventjes over na denkt, dan kan je je haast niet voorstellen dat iemand (of meerdere personen) dagelijks met de hand allemaal chipjes zitten te bakken. Ten eerste zou dat de prijs niet ten goede komen (en deze chips is al aan de prijzige kant), omdat je een flink aantal mensen nodig hebt om aan de marktvraag te kunnen voldoen. Ten tweede zouden ze een heel streng hygiënebeleid moeten voeren om het niet met de inspectie aan de stok te krijgen. En ten derde is het erg moeilijk om constante kwaliteit te handhaven, mensen zijn nu eenmaal mensen...

De Keuringsdienst van Waarde heeft ook al een keertje nagedacht over 'hand-cooked' chips (hier vind je de aflevering). Hoewel ze niet bij de grote 'hand-cooked' merken een kijkje mochten nemen in de fabriek (wel bij Lays), lijkt het redelijk duidelijk dat het productiewerk niet door mensen maar door machines word gedaan.
Mij gaat het overigens niet om de slogan op de buitenkant van de zak, de inhoud vind ik veel belangrijker!

De zoete aardappelchips ogen een beetje 'verfrommeld', dus niet zoals het plaatje op de zak. De zoete aardappel lijkt meer te krullen in de frituur dan de standaard aardappel, deels heeft het ook te maken met de vorm waarin de aardappel wordt gesneden. De zoete aardappelschips zijn voornamelijk langwerpig van vorm in plaats van de meer ronde plakjes die je meestal tegenkomt in je chipszakje (bijzondere vormpjes daargelaten). Eigenlijk ogen de chipjes wel een beetje als wortelchipjes, alleen is de kleur een stuk donkerder oranje.

De kleur van zoete aardappel is vanzelf al redelijk donker na bakken, maar veel van de felle rosse kleur is bij deze chips afkomstig van het toegevoegde tomatenpoeder en paprika-kleurstof. Behalve dat het toevoegen van deze kleurtjes zorgt voor een fellere kleur en daardoor ook een aantrekkelijker chipje voor de consument, is er ook meteen het voordeel van consistentie in de kleur omdat de fabrikant het zelf controleert. Daarnaast draagt het ook een beetje bij aan de smaak.

Op knapperigheid is bij deze chipjes niets aan te merken. Crispyness is aanwezig!

Samengevat: Deze knapperige knaloranje zoete aardappelchipjes smaken duidelijk naar zoete aardappel. Tyrrell's heeft deze smaakvariant 'sweet chilli' genoemd, echter de zoetheid en pittigheid die ik met deze term associeer is niet in balans. De chips zijn aan de zoete kant en de pittigheid proef je nagenoeg niet. Een ding wat je zeker niet kan zeggen van deze chips is dat ze 'te zout' zijn, de chips bevatten minstens 50% minder zout per 100 gram dan de gemiddelde zak chips.
Als je graag een pittig chipje zoekt, zou ik deze niet aanraden. Vind je een zoeter chipje niet erg, dan kan je deze eens proeven.


Voor Koningsdag zijn ze, afgaande op de kleur, erg geschikt, maar persoonlijk dip ik denk ik liever een andere variant in mijn oranje dipsausje! (Wie weet misschien wel een paprika-variant van de crispy thins!)
Voor een oranje dipsausje schep je een flinke eetlepel yoghonaise (of mayonaise) in een bakje, voeg hier aan toe: 1 theelepel ketchup, 0.5 theelepel kerriepoeder, een halve theelepel paprikapoeder en een snufje gerookt paprikapoeder (optioneel). Roeren totdat het goed gemengd is, en dippen maar :).

Fijne Koningsdag alvast!

zondag 9 april 2017

Sushi-rijst

Afgelopen december heb ik in Amsterdam een sushi-workshop gevolgd. Mijn ervaring kan je hier lezen, het was ontzettend leuk! We uiteraard sushi gemaakt en ongeveer twee weken later had ik het thuis nog eens dunnetjes over gedaan met Kerst.

Voordat we kleine sushi gingen rollen, hadden we bij de workshop eerst uitleg gekregen over het bereiden van de sushirijst. Normaal gesproken kook ik mijn rijst heel makkelijk door de droge rijst met water in een pan te doen, het geheel aan de kook te brengen, laten pruttelen tot ik de korrels aan het wateroppervlak kan zien, vuur uit, deksel erop en laten staan. Maar het maken van sushi-rijst vergt toch iets meer moeite.

Het begint met de keuze van de rijst. Voor sushi wordt 'sushi-rijst' of 'Japanse rijst' gebruikt. Dit is een rijst met een korte korrel, in tegenstelling tot de langkorrelige rijst die meestal wordt gegeten in Nederland. Risottorijst en dessertrijst hebben wel een korte korrel.

De rijst (voor 4 personen ca. 700 g) was je eerst onder koud stromend water tot het water niet meer melkachtig van kleur, maar weer helder is. Vervolgens laat je de rijst zo'n 20-30 minuten uitlekkern in een zeef.
Er werd ons verteld dat Japanners de rijst meestal in een rijstkoker klaarmaken. Ik heb geen rijstkoker, dus ik kook de rijst in een gewone kookpan. De uitgelekte rijst gaat met water (800 ml) in de pan en dit wordt aan de kook gebracht. Verlaag de temperatuur van je kookplaat tot matig en laat ongeveer 7-8 minuten koken voordat je de temperatuur nog lager brengt en de rijst vervolgens nog 10 minuten laat sudderen (doe de deksel op de pan). Haal de pan van het vuur en laat de rijst even staan terwijl je de sushi-azijn maakt.

Voor de sushi-azijn doe je 200 ml Japanse rijstazijn met 120 gram suiker en 30 gram zeezout in een pannetje. Dit verhit je tot de suiker en het zout volledig zijn opgelost.
Voor de hoeveelheid gekookte rijst die ik hierboven heb beschreven (700 gram droog) heb je 160 ml van de sushi-azijn nodig.


Traditioneel wordt de (nog warme) rijst in een houten handai bak gedaan om de rijst verder af te koelen. Omdat ik (en ik denk de meeste Nederlanders) geen handai bak heb, heb ik gewoon een grote schaal gebruikt om de rijst in te doen.


De sushi-azijn sprenkel je geleidelijk over de rijst die je voorzichtig omroert met een houten spatel. Tijdens het roeren laat je met behulp van een waaier of ventilator de rijst afkoelen tot lichaamstemperatuur. Je ziet hier al een probleem ontstaan dat je drie handen nodig hebt; voor de azijn, het roeren en het afkoelen!


Het is gezellig als je iemand hebt die je in de keuken kan helpen met het wapperen van een waaier, maar als je dat niet hebt kan je afwisselend met een hand de azijn sprenkelen en wapperen. Of je gebruikt een op zichzelfstaande ventilator als je daar ruimte voor hebt. Ik heb op zelf adequate sushi-rijst verkregen zonder extra elektrische ventilator ;). De afgekoelde rijst doe je in een 'rijstcontainer' (of gewoon terug in de pan) en dek af met een natte doek (of de deksel), om te zorgen dat de rijst niet te veel afkoelt en/of uitdroogt.
En dan ben je klaar om sushi te gaan maken!

Mijn zus heeft een tijdje in Japan gewoond en verteld:
"De rijst wordt in Japan thuis altijd in de rijstkoker gemaakt. De reden hiervoor was, dat er in een gezin van 4 tot 6 mensen (afhankelijk van wie er mee-at) gewoon heel veel rijst gegeten werd: 's ochtends, 's middags en 's avonds. 's Ochtends werd er in veel gevallen ook rijst gekookt om mee te nemen in de lunchboxen. Het was wel altijd onze eigen rijst, van de rijstvelden rondom het huis. Meestal aten we de rijst gewoon zo uit een kommetje of maakten er onigiri van. Ook aten we het als chirashizushi (in een grote ronde bak van bamboe een laag rijst met daarbovenop allerlei 'sushi-ingredienten'. De bekende 'restaurant-sushi' maakten we echter nooit thuis. Als we het al aten, dan kochten we het. De lokale specialiteit was 'kakinohazushi' (sushi in kaki-blad), maar die kocht je in een doosje met enkel kakinohazushi. Als we normale sushi bestelden, was het een groot rond bord vol met allerlei bekende soorten sushi (vis, ei, garnaal, etc). De meeste sushi heb ik echter in restaurants gegeten, ook in Japan. Al deze restaurants hadden een lopende band waarop bordjes in verschillende prijsklassen langs je tafel bewegen. Dit kun je dus zo goedkoop of zo duur maken als je wil."
Er is dus niet een enkel recept voor chirashizushi, maar het kan op vele manieren gemaakt worden, afhankelijk van wat je lekker vind! Ik geef een voorbeeld:
Met ongeveer 350 gram sushirijst, bereidt volgens de hierboven beschreven methode, heb je voldoende voor 2-3 personen (of zelfs 4 wanneer je niet zulke grote eters aan tafel hebt). Een stuk verse tonijn (ca. 250 g) en verse zalm (ca. 400 g) heb ik in een koekenpan met wat olie kort gebakken aan beide kanten (het vel heb ik vantevoren van de zalm afgesneden en krokant gebakken in de oven). In diezelfde pan bakte ik een omelet van 1 ei. Zowel het ei als de vis heb ik in dunne reepjes gesneden en over de rijst verdeeld die ik in een brede schaal had gedaan. Als 'finishing touch' heb ik een vel nori in zo dun mogelijke reepjes gesneden en deze over de schaal gestrooid. Als laatste nog wat witte en zwarte sesamzaadjes. (Ik heb een beetje peper over de zalm gemalen voordat ik hem bakte, maar verder heb ik geen zout en peper gebruikt. Ik heb het ook niet gemist want er zat ontzettend veel smaak in het gerecht.) Serveer naar wens met sojasaus en wasabi.


zondag 2 april 2017

Crispy thins

Vorige week had ik overheerlijke brownies gemaakt. Als je ze nog niet hebt gemaakt, zou ik het van harte aanraden! Dus deze week is het tijd voor een iets lichtere snack ;).

Ik was aan het bladeren in het notitieboekje wat ik in de keuken heb liggen om tijdens het koken in te schrijven, en ik kwam een recept tegen van crackertjes dat ik ongeveer anderhalf jaar geleden heb gemaakt, maar volgens mij nooit heb gedeeld! In dat recept heb ik rijstebloem gebruikt. Omdat ik dat momenteel niet in de kast heb liggen, besloot ik een nieuw recept te maken. Eentje met alleen tarwebloem. Dit nieuwe recept deel ik vandaag met jullie. En die andere? Die kan nog wel eventjes wachten, hij ligt toch al zo lang :P.

Dit recept voor crackertjes is heel simpel. Wat het meeste tijd kost is het feit dat je om de tien minuten in de keuken staat om een nieuwe batch in de oven te schuiven! Omdat ik hele dunne crackertjes wilde, kan je ook heeel veel crackertjes uit het beslag halen. De olie in het recept zorgt er voor dat de crackertjes vanzelf loslaten van het bakpapier.

Voor deze crackertjes heb je bakpapier nodig. Een bakplaat is niet echt noodzakelijk. Ik heb het bakpapier rechtstreeks op het ovenrooster gelegd zodat ik efficienter gebruik kon maken van de ruimte op het papier. Aan één vel papier heb je waarschijnlijk niet genoeg, omdat het beslag redelijk vloeibaar is, gaat het papier kreukelen en dan krijg je na een paar keer gebruiken gaatjes in je crackertjes omdat je het beslag niet meer vlak kan verdelen.

Crispy thins (naturel)
Voor ruim 100 crackertjes
Ingrediënten 

- 200 g bloem
- 5 g bakpoeder
- 25 g olijfolie (extra vergine)
- 10 g azijn
- 250 g water
Bereidingswijze
- Verwarm de oven voor op 185°C graden.
- Meng de bloem en het bakpoeder in een kom met een garde
- Voeg de olie, azijn en het water toe en mix de garde tot een glad beslag.
- Maak met een lepel flinke druppels op een vel bakpapier (ongeveer ter grootte van een halve theelepel/1 koffielepeltje beslag). Smeer met de achterkant van de lepel de druppels beslag uit tot rondjes.
- Schuif het vel bakpapier op het ovenrooster en bak in ca. 8 minuten goudbruin in de oven.
- Schuif de crackertjes van het bakpapier en maak nieuwe rondjes met het beslag. Bak tot het beslag op is.
Ik heb in het recept allemaal rondjes gemaakt. Maar je kan ook een grote 'plak' maken van het beslag. Bak deze 'cracker' dan 2-3 minuten langer in de oven en breek hem daarna in stukjes.

Bovenstaand recept geeft naturel crackertjes, maar je kan er ook een eigen draai aan geven. Ik heb geen zout gebruikt in de crackertjes, zo naturel smaken ze al erg goed. Enkele voorbeelden wat je op de crackertjes kan strooien voordat je ze in de oven schuift is sesamzaad of maanzaad, grof zeezout, peper. Maar ook bijvoorbeeld amandelschaafsel of nougatine geeft weer een hele andere smaak.

Deze crackertjes zijn zo dun dat ze niet echt geschikt zijn om te beleggen met salade bijvoorbeeld. Maar ze zijn wel heerlijk om gewoon los te eten. Prima alternatief voor chips eigenlijk!

Eet smakelijk!

zondag 19 maart 2017

Heineken Bakery

Afgelopen zaterdag 18 maart opende Heineken een tijdelijke bakkerij in Amsterdam op de Vijzelgracht. Op praktisch een steenworp afstand van de Heineken Experience (brouwerij). In deze Heineken Bakery wordt brood gebakken met het gist wat ook voor het brouwen van Heineken bier wordt gebruikt.

De reclame van Heineken had me best wel nieuwsgierig gemaakt, dus ik was een kijkje gaan nemen in de Heineken Bakery.


Het was een echt bakkersformaat (klein) zaakje met een lange toonbank waar een aantal dames broden in papier aan het wikkelen waren en ze afrekenden. Aan de korte kant stond een kortere werkbank waar twee bakkers bezig waren met het bakken van de broden. Ze mengden de ingredienten voor het deeg en haalden ook de broden uit de oven.


Wat me als eerste op viel was dat ze absoluut niet zuinig waren met het uitdelen van stukjes brood om te proeven. Er bleven maar planken overal op de tafels geschoven worden.


Een van deze bakkers was meesterboulanger Mark Plaating. Hij heeft ook het recept voor dit brood ontwikkeld. Of eigenlijk; hij had zelfs een stuk of 9 verschillende recepten gemaakt! Heineken had het recept uitgekozen waarvan het brood in de Bakery over de toonbank ging. Eigenlijk vond hij een van de andere recepten zelf het lekkerst, verklapte hij mij. In dat recept had hij gebruik gemaakt van paarse tarwe, wat een frisse smaak aan het brood geeft. Maar die smaak vond Heineken toch net wat te uitgesproken, en dus hadden ze voor een ander brood gekozen.


Toen ik vroeg of het Heineken A-gist hetzelfde werkte als gewone gist, vertelde Mark Plaating dat het er wel hetzelfde uitzag als gewone droge gist, maar dat het niet hetzelfde werkte. Hij heeft er best een tijd op zitten broeden over hoe hij het moest verwerken. Deze gist kan namelijk helemaal niet goed tegen warmte. Deze psychrofiele gist gaat al dood bij 30°C, en groeit het best bij een temperatuur van 10°C. "Die staat nu helemaal vol met broden die staan te rijzen, voor morgen", zei Mark terwijl hij naar een grote koelkast wees die achter hem stond. Het rijzen duurt ook minstens een dag, bij een lage temperatuur gaat het langzamer dan bij een hogere temperatuur.


Heineken bier had op diverse manieren een toepassing gekregen in het uiteindelijke recept. Uiteraard de A-gist rechtstreeks. Maar tevens was er ook 'poulish' gebruikt, dat is een soort papje gemaakt met deze A-gist. Daarnaast was nog grofgemalen tarwe die werd gebruikt, geweekt in Heineken bier. De tarwe werd daardoor wat 'zwaarder' van smaak. Wat fijner gemalen tarwe had hij in karnemelk geweekt, dat geeft dan weer een zuurdere, frissere smaak.


Wat Mark vooral de uitdaging had gevonden bij het ontwikkelen van het recept, was dat het een bijzonder brood moest zijn, maar aan de andere kant moest het wel een 'allemans'-brood zijn.
Naar eigen zeggen was Mark eigenlijk best kort bezig geweest om de uiteindelijke recepturen te verkrijgen; 2,5 week. Normaal gesproken is hij voor wedstrijden wel een jaar bezig.
"Toch heb ik er toch wel nachten over zitten denken", zegt Mark. Maar uiteindelijk is het gelukt om een bijzonder, maar toch 'normaal' brood te maken!


Het brood heeft een stevige korst, zit vol zaden, en het kruim is luchtig maar ook wat plakkerig. Het brood heeft een hele milde lichtfrisse smaak. De Heineken Broodbakkers raden het brood aan met een dipje van olijfolie, roomboter, of gewoon naturel uit de hand!
Als je ook wil proeven, moet je snel zijn! De Bakery is nog open t/m 21 maart 2017.


vrijdag 3 februari 2017

Gembercouscous met cashews en groenten

Eigenlijk maak ik in de keuken veel meer hartige gerechten dan zoetigheden. Avondeten staat namelijk dagelijks op het programma, terwijl koekjes, cakejes en taartjes niet dagelijks worden gemaakt. Misschien als ik ooit een patisserie begin dan natuurlijk wel! Omdat ik het dan kan verkopen kunnen meer mensen proeven en wordt ik zelf ook niet tonnetje rond omdat ik zelf alles opsnoep ;P. Maar voorlopig ben ik nog even bezig met studeren.

Net als de meeste cakejes, maak ik de hartige gerechten ook gewoon op gevoel. Het feit dat ik niks afweeg of afmeet maakt het wat lastiger om er een recept van te schrijven, vandaar dat er vaker zoete gerechten op mijn blog verschijnen. Deze keer heb ik wel gelet op de hoeveelheden die ik heb gebruik, dus in deze blogpost heb ik een hartig recept voor jullie. Het staat met 20 minuten op tafel, dus dit is een handig recept als je maar weinig tijd hebt om te koken.
Je kan het als hoofdgerecht maken, maar het is ook (eventueel afgekoeld) lekker als lunchgerecht (als je restjes over hebt!). Heb je meteen wat extra groenten op! Als je het bewaard, houd dan wel de nootjes apart, omdat ze anders zacht worden.

Gembercouscous met cashews en groenten
(voor 2 personen) 
Ingredienten:
- 375 ml water
- 150 g couscous
- 1/2 tl kerriepoeder
- 1/2 tl komijn,
- 1 tl gedroogde koriander
- Rasp van ca. 1 cm verse gember
- 2 grote wortels (ca. 300 g)
- 2 paprika's (ca. 300 g)
- 100 g ongezouten cashewnoten
- 1 tl sesamolie 
Bereidingswijze
- Breng het water aan de kook.
- Meng in een (aardewerken) kom de couscous met de kruiden en gember. Schenk het kokende water erover en dek de kom af met aluminiumfolie. Zet opzij en laat ongeveer 15-20 minuten wellen.
- Snijd ondertussen de wortels en paprika's in stukjes en laat deze in een pan met een klein laagje water in ongeveer 7 minuten zacht stomen (deksel op de pan).
- Bak in een koekenpan met 1 el olie de cashewnoten rondom bruin en geurig. Laat de nootjes even uitdampen op een keukenpapiertje.
- Roer de couscous los met een vork en meng de sesamolie er doorheen.
- Serveer de couscous met de groenten en cashewnootjes.
- Peper en zout kunnen eventueel naar smaak nog toegevoegd worden.
Eet smakelijk!

zaterdag 31 december 2016

Gelukkig nieuwjaar!

Dit bericht schrijf ik op de laatste dag van 2016, maar wanneer je je hebt ingeschreven voor de nieuwsbrief (vakje aan de rechterzijde van het scherm) krijg je het op de eerste dag van het nieuwe jaar in je mailbox!

Traditiegetrouw werden er in de Keukensprookjeskeuken weer een boel oliebollen gebakken!
Net als vorig jaar, zijn er twee nieuwe bollen gemaakt (oorspronkelijk was het 1 nieuwe smaak per jaar). Van beide nieuwe oliebolrecepten heb ik hier de lactosevrije variant opgeschreven, maar als je daar geen rekening mee hoeft te houden kan je ook gewone melk gebruiken in het recept.
Hier heb ik ook nog twee recepten staan voor appel/kaneel en banaan/rozijnen bollen.


Vooral belangrijk bij het bakken is dat de olie de juiste temperatuur heeft, zodat de bollen goed gaar worden zonder dat ze zich volzuigen met olie. Als je een losse keukenthermometer hebt, kan ik je aanraden om deze te gebruiken en hem tijdens het bakken in de olie te hangen. Ik heb (bij onze frituurpan tenminste) de ervaring dat de temperatuurmeter niet goed werkt. Hij meet op 1 punt in de olie, terwijl de temperatuur aan de andere kant van de pan een stuk lager ligt. Ook is deze sensor niet zo gevoelig (bij onze pan dus), hij geeft pas feedback aan het verwarmingselement wanneer de temperatuur zo'n 15-20ºC graden lager ligt dan de ingestelde temperatuur. Door het zelf te meten kan je in de gaten houden wanneer je even moet wachten met het in de olie leggen van de volgende deegbolletjes, tot de olie weer op temperatuur is.
En als laatste tip; met kleinere bolletjes kun je meer eten en genieten van alle verschillende smaakjes ;).


Jarenlang heb ik me geweerd tegen het idee van een hartige oliebol. Tot ik vorig jaar bij de Sligro een pizza-oliebolletje proefde. Die smaakte eigenlijk best goed! Hoewel hij wel errug aan de zoute kant was. Op het moment dat ik die bol proefde, had ik voor de jaarwisseling 2015-2016 al een nieuwe smaken in de planning staan. Dat waren de stoofpeertjes en bosbessenbollen geworden. Dus ik schoof het idee gewoon een jaartje op!
Twaalf maanden later heb ik er een Bruschettabol van gemaakt :). Dit om de kaas (wat natuurlijk erbij hoort in een pizzabol) er uit te kunnen laten zodat de bollen ook geschikt zijn voor mensen met een lactose-intolerantie. In de bollen heb ik behalve kruiden ook zongedroogde tomaatjes en wat gesnipperde ui gedaan.


Het moment dat de eerste bruschettabol in de frituurpan lag riep ik "Wooow, dat ruikt superlekker!". Iedereen was meteen verkocht want de schaal was letterlijk binnen een mum van tijd leeg.
Het deeg was iets minder nat dan gewoon oliebollendeeg. Ik maakte er ook best wel kleine bolletjes van. Het waren eigenlijk een soort minipizzabroodjes. Als er genoeg animo voor is om deze oliebolvariant volgend jaar nog eens te maken, ga ik eens kijken of ik het recept wellicht nog kan verbeteren ;).

Bruschettabollen
Voor ongeveer 15-20 bolletjes
Ingredienten:
- 265 g bloem
- 1/2 zakje instantgist (ongeveer 3 a 4 gram)
- 1 tl suiker
- Gedroogde kruiden: 2 tl oregano, 2 tl basilicum, 2 tl bieslook, 2 tl peterselie, 1 1/2 tl paprikapoeder, 1/2 tl gerookte paprikapoeder, 1 tl rozemarijn, 1 tl knoflookpoeder, 1 tl (grof zee)zout
- 100 g gewelde zongedroogde tomaten
- 40 g fijn gesnipperde ui (ongeveer een halve ui)
- 150 ml lauwwarme lactosevrije melk
- 1 ei 
Bereidingswijze:
- Wel de zongedroogde tomaten in (ca. 2/3) warm water met (ca. 1/3) azijn. Minstens 30 minuten, liefst een uur.
- Meng de bloem, gist, suiker en kruiden in een kom.
- Knijp de stukjes gedroogde tomaat een beetje uit en hak of snijd ze fijn. Snipper de ui en voeg de ui en tomaatjes toe aan de kom.
- Voeg de melk en het ei ook toe.
- Mix met een mixer met deeghaken het geheel in ongeveer 5-8 minuten tot een deeg.
- Dek af met plasticfolie en laat op een warme plek (bijvoorbeeld op de verwarming) rijzen tot het volume tenminste verdubbeld is (Mijn deeg heeft vanwege het bakken van alle andere oliebollen ongeveer 4,5 uur de tijd gekregen om te rijzen).
- Maak met twee lepels kleine bolletjes en laat ze aan alle kanten goudbruin en gaar worden in voorverwarmde olie van 180ºC.
- Schep de bolletjes met een schuimspaan uit de olie en laat even uitlekken op keukenpapier.

Op verzoek heb ik ook (lactosevrije) Berlinerbolletjes gemaakt. Het recept hiervoor heb ik aangepast van een recept uit een Duits receptentijdschrift (Landgenuss, Spezial 3/16).

Berliner bollen
Voor ongeveer 20-25 bollen
 
Ingredienten:
- 500 g bloem
- Rasp van 1/2 citroen
- 1 zakje instant gist (7 g)
- snufje zout
- 40 g rietsuiker
- 125 ml lauwwarme lactosevrije melk
- 100 g plantaardige harde boter (lactosevrij), op kamertemperatuur
- 2 eieren
- Witte basterdsuiker
- Aardbeienjam (minder suiker) 
Bereidingswijze:
- Doe de bloem in een kom met de citroenrasp, gist, suiker en zout. Meng door elkaar.
- Voeg de melk, zachte boter en eieren toe en mix met een mixer met deeghaken tot een soepele deegbal.
- Dek de kom af met plasticfolie en laat op een warme plek (zoals de verwarming), ongeveer 2 uur rijzen tot het volume is verdubbeld.
- Bekleed een bakplaat met bakpapier en vorm kleine bolletjes van het gerezen deeg. Plaats ze op de bakplaat met minstens 3 cm tussenruimte.
- Dek de bolletjes weer af en laat op een warme plek nog een uur rijzen.
- Schep de balletjes voorzichtig in voorverwarmde olie van ongeveer 170ºC en bak aan beide zijden goudbruin.
- Laat kort even uitlekken op keukenpapier. Rol de gebakken bolletjes vervolgens door de basterdsuiker en laat ze daarna wat verder afkoelen.
- Maak met een mesje een kleine inkeping in de zijkant van de bollen en spuit met behulp van een spuitzak wat jam in elke bol.

Ik hoop dat jullie allemaal een hele fijne jaarwisseling hebben (gehad)!

Heb je nog oliebollen over? Acht tot tien minuten in een ovenschaal in een voorverwarmde oven op 160ºC en ze zijn weer lekker warm en knapperig aan de buitenkant!

Eet smakelijk!

maandag 12 december 2016

Sushi workshop

Een lange blogpost deze keer! Afgelopen weekend heb ik een sushi workshop gevolgd, hier heb ik een verslagje van gemaakt. Hoewel ik twee zussen heb die voor ruime tijd in Japan zijn geweest had ik nog nooit zelf sushi gemaakt...
Maar dat is niet de reden dat ik deze workshop bijwoonde! Kikkoman (van de sojasaus) had afgelopen najaar een receptenwedstrijd uitgeschreven. Als hoofdprijs kon je een reis voor 2 personen naar Japan winnen. 'Simpel en origineel', las ik in de beschrijving van de regels. En uiteraard moest Kikkoman sojasaus ook een ingredient in je recept zijn.

Het is niet moeilijk te raden dat ik ook een recept ging insturen voor deze wedstrijd. Eerdere receptenwedstrijden waar ik eens aan mee heb gedaan zijn de Hema taartwedstrijd en een wedstrijd van de AH met duurzame vis.
Ik was goed op dreef met het bedenken van recepten. Een stuk of 4 smakelijke recepten rolden uit de keuken. Maar.... Je mocht maar 1 recept per persoon insturen! Gelukkig heb ik lieve zussen met een lieve vriendin onder wiens naam ik ook een recept mocht insturen. :)
Ik maakte mooie foto's en stuurde alles ongeveer een kwartier voor de deadline van de wedstrijd in (ik kwam er net op tijd achter dat de deadline niet pas de volgende dag was, zoals ik oorspronkelijk dacht...).

Het wachten op de uitslag duurde lang. Een week of 2-3 later dan volgens de wedstrijd-omschrijving kwam het eerste mailtje binnen bij iemand. Helaas, dat recept was niet uitgekozen voor de finale.
Je kwam in de finaleronde als je bij de beste 5 recepten zat. Je kreeg dan de kans om in het Okura hotel in Amsterdam je recept te koken voor de chefs, die na kritisch proeven de winnaar van de wedstrijd zouden uitroepen.


Enkele dagen later kregen mijn zussen over de twee andere recepten ook te horen dat ze niet tot de besten behoorden. Als dank kregen zij allemaal wel een goodie-box thuisgestuurd.
Als laatste kreeg ik ook mijn mailtje van de Kikkoman binnen. "Helaas, je behoort niet tot de beste vijf recepten." Maar, mijn recept was wel goed genoeg dat ik een workshop mocht komen volgen in het Okura hotel onder leiding van sterrenchef Masanori Tomikawa van restaurant Yamazato (gevestigd in het Okura)!
De koks van de top 10 waren uitgenodigd voor deze sushi-workshop. Ik hoefde niet lang na te denken over het antwoord op de vraag of ik wilde komen of niet!

Een verslag van de finaleronde en het winnende recept wordt gepubliceerd in het decembernummer van Delicious Magazine. Ook staat het al op de website van Kikkoman.
Mijn recepten zal ik op mijn blog posten. Het recept waarmee ik deze workshop had gewonnen was een cocktail met sojasaus.

Voor de workshop verzamelden de deelnemers zich tussen half 11 en 11 uur 's ochtends in de wijnkelder van het Okura. Door de glazen deuren konden we al wat voorbereidingen zien die getroffen werden in de kookstudio van het Okura 'Taste of Okura'.
Een aantal mensen hadden al eens met elkaar kennisgemaakt tijdens de finale, dus daar hoorde ik ondertussen ook wat verhalen over.


Eerst kregen we een appetizer; een bordje met dubbelgebakken griet en zalm, en (volgens de chef:) "KFC!". Oftewel, balletje gefrituurde kip. Dit was kippendijfilet, ik denk niet dat ze dit stukje van de kip ook bij de KFC gebruiken... We kregen ook een glaasje pruimenwijn erbij geserveerd (maar deze heb ik niet opgedronken). Ondertussen vertelden twee mensen van de Kikkoman verhalen, onder andere over het maken van sushirijst, sake, bier en verschillen tussen Japan en Nederland. Chef de cuisine Louise O'Hare was ook tijdens de hele workshop aanwezig om mee te helpen en uitleg te geven.

Daarna kon de workshop beginnen. Handen wassen, schort om, en vervolgens de eerste uitleg van chef Tomikawa. De sushi die we zouden gaan maken waren nigiri, makisushi en california roll.
Als eerste de rijst. We hadden vlak daarvoor al iets gehoord over de bereiding van sushirijst. Nu hoorden we het nogmaals, met demonstratie, van de chef. Het grootste verschil met hoe Nederlanders rijst koken, hoorden we, is dat Nederlanders de rijst gewoon in de rijstkoker doen en aanzetten. Het gaat toch automatisch! Maar in Japan nemen ze er meer de tijd voor. De rijst die gebruikt werd was Kikkoman rijst, geteeld in Italie omdat daar de kortkorrelige rijst (net als risottorijst) goed groeit.
We mochten ook even proeven van de rijst, en ook de verse wasabi (heel fris en licht pittig).

Na de eerste demonstratie van vis snijden en sushi maken konden we zelf aan de slag. Voor iedereen was een werkplank, mes, pot sushirijst en een bordje vis klaargelegd. De vis waarmee we werkten was onder andere zalm, tonijn, makreel en Yellowtail. De vis was heel vers. "Deze zalm is van gisteren, gevangen in Schotland", vertelden ze.


Driekwart van de vis was al in plakjes gesneden, maar de zalm mochten we zelf nog doen, naar het voorbeeld van de chef.
Terwijl we bezig waren liepen chef Tomikawa, O'hare, en enkele andere behulpzame koks rond om tips te geven. "Good!" klonk chef Tomikawa ineens naast mij toen ik mijn halve bordje vis al kunstig had omgevormd tot nigiri sushi.


Als tweede maakten we makisushi (gerold). "Niet te veel de rijst pletten met je vingers, dat komt de smaak niet ten goede!" Je moest in ieder geval 6 sushi uit 1 velletje nori kunnen rollen. We rolden reepjes tonijn in de sushi. De kunst is om het stukje vis daadwerkelijk in het middenvan het rolletje te houden en zorgen dat het niet aan de rand belandt.

Toen bij iedereen 12 makisushi op het bordje erbij lagen, kwamen we aan bij de laatste sushi: de California roll. De minst favoriete sushi van de chef, "Er zit zo veel in dan zit je meteen vol! Amerikanen he..." Vaak wordt bij California rolls ook de hele buitenkant volgeplakt met sesam of oranje visseneitjes. "Maar dat is een beetje overdreven", aldus de chef, "dat doen wij dus niet."
De california rol is net als de maki gerold, maar dan binnenstebuiten. Er gaat niet 1 stukje vulling in, maar zowel snowkrab, komkommer als avocado. Behalve wasabi zit er ook Kewpie mayonaise in de roll. Met een keer rollen, kan je bij de California roll wel 8 sushi halen. Je mocht ze ook (fancy) schuin snijden, toen kreeg ik er zelfs 9 sushi uit :P.


Dat was de laatste sushi, mijn bak met rijst was ook helemaal leeg! Op het laatst had ik nog wat rijst moeten lenen van mijn buurman om de laatste california rolls af te maken.
Je mocht toen wat van je sushi op een bordje leggen om zelf op te eten. "De lelijkste eet je zelf op, de mooiste neem je mee naar huis om te laten zien.", tipte Louise O'Hare aan de deelnemers.
(Bij mij gingen echter eerst enkele van mijn mooiste sushi op een bordje voor de foto!)


Iedereen kreeg bij zijn bordje zelfgemaakte sushi ook een kommetje misosoep met blokjes tofu en mini-paddenstoeltjes. Ook kregen we een korte uitleg over het eten van sushi. "Meestal eten Japanners sushi gewoon met hun handen." vertelde Tomikawa. "Bij het eten van de miso soep houd je je stokjes horizontaal onder het kommetje, en geluid maken mag!"

De koks hadden zelf ook niet stilgezeten. Na de sushi kregen we allemaal een traytje met desserthapjes. Een groene thee-roll (die vooral smaakte naar de slagroomvulling), een groene thee-koekje, sesam-macaron, een soort Yuzu-meringue trifle (cake, witte chocoladebolletjes, Yuzu curd (citrusvrucht, smaak was vergelijkbaar met citroen) en meringue. En daarnaast nog een bolletje sesamijs (het ijs was superzacht en smooth, maar de sesamsmaak haalde ik er niet uit), en een sesamkoekje.

Na een afsluitend kopje thee kregen we allemaal een tasje mee met onze eigen overige sushi, mooi verpakt in doosjes. En een kleine goodiebag van de Kikkoman.


Thuis werd er bij ons 's avonds dus verse sushi gegeten. Ik had zelf voldoende voor ongeveer twee personen, dus er werd nog wat extra bij gehaald. "Bijna net echt!" aldus mijn vader. "Alsof haar sushi nep zijn!" protesteert mijn zusje.
Het smaakte in ieder geval prima! :)



zaterdag 20 augustus 2016

Crunchy Fish (& Chips)

"Fish and chips" stond eigenlijk al best een tijdje op mijn lijstje om te doen voor mijn blog. Maar toen ik pasgeleden een (wetenschappelijk!) trucje tegenkwam om het korstje om de vis extra knapperig te maken, kon ik dit recept natuurlijk niet langer op zich laten wachten.

Wat is dan het idee? Je pakt je visje, rolt door de bloem, dipt in het beslag en hoppa in de hete olie. Wachten tot het goudbruin is, even uit laten lekken en klaar! Toch?
Ja, min of meer!
De kneep zit hem in het beslag. (Okee, en je moet natuurlijk ook de temperatuur van de olie goed hebben en een goede kwaliteit vis gebruiken, anders wordt het nog niks...)
Je mengt bloem (met bakpoeder, of zelfrijzend bakmeel) ongeveer 1 op 2 met water, en ook 1 op 1 met water. Deze twee beslagjes roer je doorelkaar zodat je een beetje klonterig maar plakkerig beslag krijgt.
Door het verschil in structuur van het beslag krijg je verschil in textuur wanneer het bakt, wat vervolgens zorgt voor een extra knapperige sensatie!

Ik heb een supersimpel recept klaarliggen. Bij ons thuis was het meteen goedgekeurd, klaar om het zelf te proberen?

Crunchy Fish
Voor 4 stuks

Ingrediënten
- 400 gram witte visfilet (niet bevroren) (ik had kabeljauw gebruikt, MSC certified)
- 300 ml water
- 200 g bloem
- 1 tl bakpoeder
- Extra bloem
- Peper en zout

Bereidingswijze
Verhit de olie tot 185ºC (Niet hoger!). Een frituurpan met temperatuurregelaar of een bakthermometer is hierbij wel handig!
- Meng 100 gram bloem met het bakpoeder en 200 ml water. Roer met een vork tot een beslagje.
- Meng in een ander bakje de overige 100 gram en 100 ml bloem en water. Doe dit bij het beslag van de vorige stap en roer door elkaar. Zorg wel dat het dikkere beslag niet als een blob in het dunnere beslag ligt, maar verspreid is over het beslag. Meng niet te lang, zodat er nog wel 'klontjes' in het beslag zitten.
- Strooi wat bloem op een bord en kruid het met peper en zout.
- Rol de visfilets door de bloem. Tik het overtollige bloem eraf en haal de filet door het beslag. Zorg dat de vis aan alle kanten bedekt is.
- Laat de vis in de pan met olie glijden (pas op voor spetters!).
- Laat de vis in ongeveer 8 minuten goudbruin worden.
- Laat even uitlekken op keukenpapier.

Serveertip: Met aardappelpartjes gebakken in de oven, doperwtjes, en eventueel (zelfgemaakte) mayonaise.

Eet smakelijk!

De eerste keer dat ik 'moleculair' kookte, had ik chocolademousse gemaakt met water. Dat recept vind je hier.

zaterdag 9 januari 2016

Verse zalmfilet

Eens in de zoveel tijd komen we bij de Sligro, een groothandel voor de horeca, maar tegenwoordig ook erg toegespitst op de consument.
Ze hebben een uitgebreid assortiment van food en non-food artikelen. De laatste keer dat we er waren zagen de zalmfilets bij de visafdeling zo mooi uit, dus hebben we een zalmfilet (van 1,5 kg) meegenomen. Nu kon ik zelf mijn filetjes portioneren in plaats van dat de Albert Heijn dat voor mij doet ;).
Zalm is niet de goedkoopste vis, maar dit grote stuk was veel voordeliger dan de supermarkt-zalm.

Thuis heb ik de filet in stukken gesneden. De zalm heb ik per twee stuks ingevroren, maar de laatste twee filets hield ik achter om klaar te maken. (En de poes kreeg het uiteinde van de staart!)

Ik haalde de huid van de zalmfilets af om ze knapperig te bakken in de oven. De rest van de zalm werd in saus gestoofd. Aardappeltjes tegelijkertijd in de oven gebakken met het vel van de zalm, en een roerbak van sugarsnaps en champignons met sesam erbij.

Verse zalm is zeker aan te raden! Dus mocht je toegang hebben tot een groothandel of visboer én heb je genoeg ruimte in de vriezer (of heb je een groot gezelschap waar je voor moet koken), dan weet ik wel wat ik zou doen!

Eet smakelijk ;)

donderdag 14 augustus 2014

Guacamole

Bij mijn laatste cakejesrecept bleef er een limoen over. Het is zonde om deze weg te gooien, dus nu een recept waarbij je deze kan gebruiken.
Het limoensap kan je gebruiken om bijvoorbeeld een dressing mee te maken. Maar wat ik meestal doe, is er guacamole mee maken.

Met één limoen kan je al een goede hoeveelheid maken. De guacamole in de winkel heeft altijd een gifgroen chemisch kleurtje. Als je hem zelf maakt is de kleur fris avocadogroen en de smaak ook veel puurder!
Veel heb je niet nodig, zie hier het recept.

Guacamole

Ingrediënten:
- 4 rijpe avocado's
- 1 limoen (sap)
- zout en peper
- Scheutje olijfolie (optioneel)

Bereidingswijze:
- Halveer de avocado's, verwijder de pit en schep het vruchtvlees eruit in een kom.
- Prak het vruchtvlees met een vork (of in een blender als je het heel glad wilt hebben), en voeg hier ook het sap van de limoen aan toe.
- Breng op smaak met zout en peper (niet te zuinig).
- Roer er eventueel een scheutje olijfolie door om het extra smeuïg te maken.
- Direct serveren.



Om de guacamole te bewaren moet je zorgen dat er geen contact is met lucht. Doe plasticfolie eroverheen en druk het aan zodat er zo min mogelijk lucht meer onder zit.
Is de guacamole toch bruin geworden als je hem weer uit de koelkast haalt de volgende dag? Je kan het bovenste laagje eraf scheppen met een lepeltje en de rest wel gebruiken.

Maar het handigst is natuurlijk als er niks overblijft. Deze guacamole smaakt vers toch echt het allerlekkerst.
Wil je een kleinere hoeveelheid maken? Pak dan gewoon twee avocado's en een halve limoen.
Dit guacamolerecept is bij ons thuis zo populair dat het met 4 personen in een keer op gaat. Meestal in combinatie met chili en een zak tortillachips (en geraspte kaas).


zondag 20 juli 2014

Hartige cakejes

Als het zo tropisch warm is als het gisteren was (35°C!!), hebben veel mensen geef zin/puf om te koken.
Je kan natuurlijk anderen het werk voor je laten doen, zoals frietbakkers of pizzabakkers of restaurantkoks die in een keuken met airco staan (hoop ik tenminste).
Ook ik koos ervoor om geen pannen op het vuur te zetten.

Dus ik maakte hartige cakejes met salade erbij :).
In de cakejes ging o.a. een rolletje ossenworst die we nog in de koelkast hadden liggen. In combinatie met de andere ingrediënten die ik gebruikt had, smaakten deze cakejes exact als worstenbroodjes!

Het was ook wel een leuke variatie als avondeten :)
Waarschijnlijk doen deze cakejes het ook prima als snack mee naar een picknick, lunch, tussendoor als snack, of op een hapjestafel..


woensdag 2 april 2014

Risotto met Sint-Jacobsschelpen

Al vaak genoeg heb ik ze voorbij zien komen op bordjes bij 'Masterchef', nu heb ik me er ook eens aan 'gewaagd'. Ondertussen moet ik die toch ook wel kunnen bakken, zo vaak als ik het al gezien heb! Het is ook helemaal niet moeilijk, gewoon een minuut of 2 per kant (ligt aan de dikte natuurlijk).
Ik had eigenlijk ook nog nooit coquilles, of Sint-jacobsschelpen, gegeten.
Maar nu wel, dus! Ze zijn superzacht en een beetje zoet.
Ik heb geprobeerd er een mooi bordje van te maken. Geserveerd op een risotto met doperwtjes en worteltjes, pikante runderspekjes en gegarneerd met verse peterselie uit de tuin.


Mag ik nu door naar de volgende ronde? ;P


donderdag 20 februari 2014

Courgettekoekjes

Dit recept speciaal voor de collega van mijn moeder die ze proefde toen ik deze courgettekoekjes mee had gegeven aan mijn moeder voor 's avonds op haar werk.
Ik wilde eens wat anders maken dan bijvoorbeeld geroerbakte courgettes of ratatouille met deze groenten. Dus ik pakte het idee van maïskoekjes, maar maakte een variant met courgettes. (Eigenlijk kan je van elke groente wel 'koekjes' maken!). Wij aten ze als vegetarisch hoofdgerecht, maar je kan ze eventueel ook als bijgerecht serveren.
Ik heb ze vandaag thuis nog een keer gemaakt voor een foto :).
Het beslag op het begin lijkt misschien dik, maar de courgettes bevatten ook nog water, dus het komt goed!

Courgettekoekjes
(ongeveer 30 stuks, 3-4 personen)

Ingrediënten:
- 300 gr bloem
- 2 tl bakpoeder
- zout/peper
- 1 tl korianderpoeder
- 2 tl bieslook
- 2 tl peterselie
- 4 eieren
- 150 ml melk
- 1 el olie
- 1 ui, fijngesnipperd
- 3 courgettes

Bereidingswijze:
- Meng de bloem met bakpoeder, peper, zout en kruiden in een kom.
- Doe de eieren, melk en eetlepel olie erbij en mix met een garde tot een dik beslag.
- Snipper de ui fijn en doe erbij.
- Rasp de courgettes grof (mag rechtstreeks boven de kom), en voeg toe aan het beslag. Roer na elke courgette het beslag even door met een houten lepel.
- Verhit een koekenpan (of twee gelijk, dan gaat het sneller) met wat olie. Schep een wat beslag in de pan en druk het een beetje plat met je opscheplepel. Draai de koekjes om als je de zijkanten ziet stollen. Bak de courgettekoekjes aan beide zijden goudbruin.
- Serveer met je favoriete sausje!
Zoals mosterd, ketchup, fritessaus, of zelfgemaakte mayonaise ;) (of allemaal!).

donderdag 6 februari 2014

7 Kleine tafelsprookjes

Een weekje aan foto's wat er bij ons op tafel stond 's avonds!

 Als eerste een visgerecht. Blijkbaar rook het erg lekker!

Koolvis met groenten in kokos/curry-saus en brood.
Niet de best foto, maar het smaakte prima. Ik had een boemboe gestampt in de vijzel, deze even fruiten in olie en vervolgens groenten erbij in de pan. Afblussen met kokosmelk en vervolgens legde ik de op smaak gebrachte koolvisfilets in de pan. Deksel erop en laten stoven tot de vis gaar is (je prikt er dan met een vork of een mesje zo doorheen zonder weerstand). Ik maakte een plat brood voor erbij. Mijn vader vond deze zo lekker dat hij vond dat het eigenlijk niet in combinatie met iets anders gegeten moest worden! XD


Pizza.
Deze heeft eigenlijk geen uitleg nodig toch ;).
Iedereen mag zijn eigen toppings kiezen, maar ik bak over het algemeen toch eigenlijk steeds dezelfde pizza's (ieder's favoriet natuurlijk)!









Beenham met aardappels en boontjes.
Een simpele en meer traditionele maaltijd; aardappels, groenten, vlees. De beenham kruiden, rondom aanbraden in de pan en vervolgens verder garen in de oven (je moet ongeveer 10 minuten per 100 gram vlees rekenen. Dus een beenham van 500 gram is gaar in ongeveer 50 minuten in oven op 170°C graden.). Na het bakken even 5 minuten onder aluminiumfolie laten rusten voordat je hem aansnijdt. Ik serveerde dit beenhammetje met gekookte aardappels, sperzieboontjes en een stroganoffsaus met paprika.
Ik schenk tussendoor ook een beetje water bij het vlees in de braadslede, het vlees blijft sappig en tegelijkertijd maak ik een jus die over het vlees heen kan.

Soep met broodjes.
Goedgevulde groentensoep met (veel) groenten en vermicelli. Gesneden stokbrood erbij op tafel en beleg. Deze keer niet het stokbrood zelf gemaakt, maar wel de kleine bakpoederbroodjes die ik eigenlijk altijd erbij maak als we soep eten als avondeten (dat zijn die ronde broodjes op de foto).
Ze zijn snel gemaakt omdat ze niet hoeven te rijzen, en ik kruidt ze elke keer weer op een andere manier. Deze broodjes hadden verse bieslook en peterselie (uit onze eigen tuin! Geplukt in de zomer en ingevroren).

Kip Hawaii met rijst en kool.
Geen kant-en-klare saus uit de winkel, gewoon zelf maken deze zoetzure tomatensaus! Suikervrij want ik gebruik het sap van de ananas om te zoeten. Onder andere ui, knoflook en verse gember als smaakmakers. Basmatirijst, witte kool en kroepoekjes erbij ^-^.







 
Tonijnburger en gebakken aardappelpartjes.
Deze tonijnburgers heb ik zelf gemaakt met tonijn uit blik, een burger vormen, door ei en paneermeel halen en gebakken in de pan. Erbij een sausje met yoghurt, paprika en kerrie. Het lijkt misschien een beetje korrelig op de foto, maar dat zijn de gehakte zilveruitjes. gebakken aardappelpartjes uit de oven en doperwtjes erbij.

Nasiovenschotel.
Eigenlijk was ik van plan om pasta te maken, maar ik had zo veel restjes in de koelkast dat ik besloot om deze eerst op te maken. Met wat extra verse groenten maakte ik er een ovenschotel van.
Erbij wat rucola met wortelchips (zelfgebakken natuurlijk :P).








Dat was het! Laat me weten of je het leuk vond, en of het vaker zal doen.
Hopelijk heeft het ook wat inspiratie gegeven voor als je zelf nog niks had bedacht voor het avondeten!