zondag 21 mei 2017

Cheesecake-brownies met frambozen

Mijn zus vroeg me laatst om cheesecake-brownies te maken. Maar toen kwam ik er achter dat ik nog geen recept had gemaakt voor gewone brownies! Dus daar was ik eerst mee aan de gang gegaan.
Ik heb mijn gewone brownierecept als basis gebruikt en daar een cheesecake-laagje aan toegevoegd. Uiteraard heeft mijn zus ze al lang geproefd, maar om een 'brownie-overload' (als dat al mogelijk is!) te voorkomen, heb ik even gewacht met het plaatsen van het recept.


Om een soort swirl te creëeren, had ik wat browniebeslag achter gehouden om over de cheesecakelaag te verspreiden. Alleen de eerste keer had ik iets te veel bewaard... Toen kreeg ik een soort sandwich-brownies! (Deed niets af aan de smaak overigens.)

In onderstaand recept heb ik frambozen meegebakken met de cheesecakebrownies. Het zurige van de frambozen is een frisse tegenhanger van de zoete brownie. Ik had ook een paar blokjes brownie met een kers erin gemaakt. Deze smaakten ook prima! Maar frambozen vond ik toch een betere combinatie.

(Frambozen) Cheesecake-brownies


Ingrediënten
- 100 g pure chocolade (ik heb Verkade chocolade gebruikt)
- 100 g ongezouten roomboter
- 3 eieren
- 140 g kristalsuiker
- 40 g bloem
- 10 g cacao
- 200 g mon chou
- 75 g witte basterdsuiker
- Vanille-essence
- Enkele (diepvries) frambozen (optioneel)


Bereidingswijze
- Verwarm de oven voor op 180°C graden. Zorg dat je een brownievorm (20x20cm) klaar hebt staan, vet deze in of bekleed met bakbakpapier.
- Breek de chocolade in blokjes en doe deze samen met de roomboter (in blokjes) in een kom. Zet de kom op een pan met heet water en laat au bain marie smelten. Laat de vloeibare chocolademassa afkoelen tot ongeveer handwarmte (tussendoor roeren). (Je kan de boter en chocolade eventueel ook smelten in de magnetron.)
- Maak het cheesecakebeslag door eerst de mon chou in een kom zacht te mixen. Voeg dan de basterdsuiker toe en mix erdoor. Als laatste mix je een ei en een scheutje vanille-essence erbij zodat je een mooi egaal, gietbare mix krijgt.
- Mix in een andere kom de laatste twee eieren en de kristalsuiker met een mixer op de hoogste stand tot het schuimig en bleek van kleur is (ca. 1-2 minuten).
- Spatel een beetje van het eimengsel door de chocolade. Doe daarna alle chocolade bij het ei in kom en spatel er doorheen tot de kleur egaal chocoladebruin is.
- Zeef de bloem en cacao boven de kom met het chocolademengsel en spatel er doorheen.
- Giet het browniebeslag in de brownievorm, maar houd circa 2 eetlepels beslag achter. Verdeel gelijkmatig over de vorm met een spatel.
- Giet de cheesecakemix over de browniemix en verdeel over de vorm. Schep daarna het achtergehouden browniebeslag op de cheesecakelaag en 'swirl' er door heen met bijvoorbeeld de achterkant van een lepeltje om mooie figuren te krijgen.
- Druk zachtjes (diepvries)frambozen in het beslag.
- Bak de cheesecakebrownies gaar in ca. 30 minuten. Het is goed als een sateprikkertje er schoon uitkomt.
- Laat helemaal afkoelen voordat je hem in blokjes snijdt.


 Eet smakelijk!


zondag 14 mei 2017

Abrikozen clafoutis

Clafoutis is van oorsprong een Frans gebakje. Traditioneel wordt het met kersen gemaakt, maar tegenwoordig zie je ook wel ander fruit in clafoutis recepten. Ik ben zelfs een keer een recept voor een hartige clafoutis tegen gekomen!

Ik 'ken' de clafoutis al heel lang. 'Eigenlijk is het gewoon een pannenkoekenrecept!', dacht ik toen ik voor het eerst een clafoutis recept las. Toch heeft het lang geduurd voordat ik het ook eens ging proberen, en deze moederdag is het dan zover!
Voor dit recept heb ik zelf gekozen voor verse abrikozen! Abrikozenjam doet het prima op appeltaart, gedroogde abrikozen heb ik meestal in de voorraadkast en daar kan je ook bijvoorbeeld taart mee maken. Maar de verse vruchten zijn uiteraard ook geschikt om mee te bakken (of los op te eten)!


Net als bij pannenkoeken heb je maar weinig ingredienten nodig. Het zijn ook basisingredienten die je meestal wel in huis hebt. Dit recept verschilt wel enigszins van het pannenkoekenrecept die ik normaal gesproken gebruik, omdat er in verhouding meer ei in zit en (een beetje) suiker, maar eigenlijk is het nog steeds gewoon een dikke ovengebakken pannenkoek. Sommige clafoutisrecepten gebruiken in verhouding veel meer suiker, maar met zoet fruit als vulling en eventueel een beetje poedersuiker erop, is dat eigenlijk niet nodig.
Als je je wilt wagen aan een hartige variant, zou ik helemaal geen suiker toevoegen aan het beslag, maar bijvoorbeeld kruiden en geraspte kaas. Als je dan tomaatjes in de bakvorm legt, heb je een pizza-clafoutis!


Daarnaast is het recept heel makkelijk, dus mocht je nog om een moederdag-gebakje verlegen zitten deze zondag... Verzamel wat melk (kan lactosevrij), bloem, eieren, suiker en fruit, en duik de keuken in! Warm is 'ie natuurlijk het lekkerste! ;)
Abrikozen clafoutis
Voor ca. 12 personen

Ingrediënten
- 100 g bloem
- 50 g kristalsuiker
- 280 ml melk
- 3 eieren (M)
- (Eventueel vanille-essence)
- 6 verse abrikozen (ca. 300 g pitloos)

Bereidingswijze
- Verwarm de oven voor op 180°C.
- Meng de ingredienten voor het beslag in een kom met een garde.
- Was en halveer de abrikozen, verwijder de pitten.
- Vet een dichte (! anders loopt het beslag er uit) taartvorm of -schaal goed in (ca. 27 cm).
- Verdeel de halve abrikozen over de bodem met de bolle kant naar boven.
- Schenk het beslag erbij in de vorm.
- Schuif de vorm in de oven (voorzichtig om niet te knoeien!) en bak in ca 30 minuten goudbruin en gaar. De clafoutis zal uit de oven nog bol staan, maar daarna inzakken, dat is normaal ;).
- Bestrooi naar wens nog met poedersuiker en geroosterd amandelschaafsel.

Eet smakelijk!

zondag 7 mei 2017

Choco-Mint Ystervarkies

'Ystervarkies' zijn stekelvarkens in het Afrikaan, maar het is ook een gebakje: een blokje cake omhuld met (meestal) chocoladeglazuur en gerold in kokos (als 'stekeltjes'). In Australie heten ze 'Lamingtons', en in Griekenland 'Snow Whites'. Je kan dit gebakje dus in verschillende landen vinden, maar allemaal hebben ze het omarmd als een nationale lekkernij. En dat is iets wat ik ze zeker niet kwalijk kan nemen! ;)
Ik heb al eens eerder een Afrikaans gebak gemaakt: Melktert!

Er zijn nog meer verschillende recepten om dit te maken dan dat er verschillende namen voor zijn! Ik kwam varianten tegen die maakten een spongecake, anderen maakten een 'pound' cake als basis. Er leek niet echt een vaststaand recept te zijn, dus ik heb zelf een nieuw recept er van gemaakt!


Ik heb ystervarkies in verschillende kleurtjes voorbij zien komen, ze gebruikten daar een andere glazuur dan gewone cacao of chocolade. Ik heb het chocolade-'jasje' gehouden, maar een verrassing verstopt aan de binnenkant; mintvulling! Net als de after eight-chocolaatjes. (Kijk, hij lacht je toe :D.)


Voor de vulling heb ik verschillende mogelijkheden getest. Enkel mint-glazuur bleek iets te veel van het goede. Mint en chocoladepasta ging beter, maar was nog steeds niet 'wauw'. Mijn allereerste idee voor de vulling, bleek eigenlijk de meest aangename. Ik wilde namelijk een kern hebben van mintglazuur, omhult met chocolade. Hiervoor had ik gesmolten (mint)chocolade gebruikt (van Lindt), wat hard is bij kamertemperatuur en dus een extra textuurverschil geeft als je in je cakeje bijt! De chocolade geeft een lichte 'crunch', en daarbinnen vind je dan een kern van mint-vulling. Bijkomend voordeel is dat de mintsmaak gecentreerd is in het cakeje en niet verspreid over het hele cake-blokje.


Hetzelfde gold eigenlijk ook voor het omhulsel. Ik testte een glazuurversie gemaakt met voornamelijk water (en suiker en cacao), en een met chocolade. Deze laatste had uiteraard meer textuur na het 'uitharden', en kon ook meer tegenwicht bieden qua chocoladesmaak tegenover de krachtige mint-vulling.

De blokjes cake worden in chocoladeglazuur gedoopt. Dit gaat het makkelijkst als de cake volledig is afgekoeld, anders brokkelt het uit elkaar. Het liefst laat je de cake na het bakken een nachtje op tafel staan. Een beetje uitdrogen is niet erg, want dan neemt de cake de glazuur ook goed op!

Met dit recept kun je grotere blokjes maken, dan heb je echt een gebakje. Maak je ze kleiner, dan kom je meer richting petit-fourtjes.

Choco-Mint Ystervarkies
Voor 16 of 36 stuks


Ingrediënten
- 250 g melk
- 80 g boter
- 4 eieren (M)
- 275 g kristalsuiker
- 400 g bloem
- 1 tl bakpoeder
- snufje zout
- vanille-essence

Vulling
- 30 g witte basterdsuiker
- 30 g poedersuiker
- 1/2 tl mint-essence
- 1 1/2 tl water
- 60 g mint-chocolade

Dip
- 450 g poedersuiker
- 30 g cacaopoeder
- snufje zout
- 150 g melk
- 30 g boter
- 75 g mintchocolade
- ca. 250 g kokosrasp

Bereidingswijze
- Verwarm de oven voor op 200°C.
- Verwarm de melk en boter voor de cake zachtjes in een pannetje tot de boter is gesmolten. Haal van het vuur en zet even opzij.
- Mix in een kom de eieren en suiker met de mixer op de hoogste stand in 5-10 minuten bleekgeel en lobbig.
- Zeef de bloem met bakpoeder en zout een kom. Zeef vervolgens 1/3 hiervan boven de bak met opgeklopt ei en spatel erdoor. Zeef nogmaals 1/3 van de (oorspronkelijke hoeveelheid) bloem boven de kom met ei en spatel erdoor.
- Bij het laatste 1/3 deel bloem doe je de melk, boter en vanille-essence. Mix met een garde klontvrij. Dit spatel je vervolgens door het ei/bloem-mengsel.
- Neem een grote vierkante bakvorm/bakplaat en leg hier bakpapier in. Een lage bakplaat van 35x24 cm is prima voor kleine blokjes. Met een brownieblik van 20x20cm kan je grotere blokjes maken, maar daar past maar 2/3 van het beslag in.
- Bak de cake op 180°C goudbruin en gaar in 20-30 minuten.
- De cake laat je volledig afkoelen op een rooster (het liefst laat je hem een nacht staan).
- Snijdt de cake na het afkoelen in vierkante blokjes van 5x5 of 2.5x2.5 cm.
- Maak de mintglazuur door de suiker, poedersuiker, mint-essence en water door elkaar te roeren. Voeg eventueel nog een halve theelepel water. De glazuur moet stevig zijn, maar nog wel vloeibaar.
- Smelt de mintchocolade (bijvoorbeeld met 20 sec intervallen in de magnetron).
- Snijd de blokjes cake door op 1/3. Hol de dikke helft van de cake een beetje uit met een lepeltje.
- Besmeer de wanden van het kuiltje met de vloeibare chocolade. Vul deze met mintglazuur.
- Doe wat vloeibare chocolade op de dunne cakehelft en plak deze als een dekseltje op de gevulde cakehelft. Herhaal dit voor alle cakeblokjes.
- Meng voor de dip de poedersuiker, cacao en zout in een kom.
- Verwarm de melk en boter in een pannetje. Roer daar vervolgens de chocolade in stukjes gebroken doorheen. Meng deze gesmolten chocolade met een garde door het suiker/cacaomengsel tot een homogeen geheel.
- Doe de kokosrasp in een diep bord.
- Doop de blokjes cake in de chocoladedip zodat ze aan alle kanten volledig bedekt zijn. Laat de cakejes op een vork afdruipen boven de rand van het bakje (je kan ze ook op een rooster af laten druipen, maar dan gaat er wel chocoladedip verloren).
- Rol de blokjes door de kokos en leg ze op een vel bakpapier om verder uit te harden.


Eet smakelijk!

De blokjes kunnen buiten de koelkast (afgedekt met plasticfolie) tenminste 5 dagen bewaard worden. De resterende cake, glazuur en chocolade kun je natuurlijk ook nog samenvoegen! ;)


zondag 30 april 2017

Nigiri-sushi

In een van de vorige posts heb ik uitgelegd hoe je sushirijst kan bereiden.
Ook schreef ik (inclusief receptje) over een tijdbesparende wijze van serveren die in Japanse huishoudens best populair is. Namelijk chirazisushi, waarbij je de nori, vis, ei, etcetera gewoon boven op de rijst legt. De simpelste vorm van de 'handheld' sushi is de nigiri sushi.

Het is heel belangrijk dat je goed hygienisch werkt! Dus schone handen en een schoon werkblad. Dat is sowieso belangrijk bij koken, maar nu extra omdat je met rauwe ingredienten werkt.
Daarnaast is natuurlijk ook belangrijk dat de vis waarmee je werkt vers is. Je wilt natuurlijk niet je gasten met een voedselvergiftiging opzadelen...

Voor Nigiri-sushi gebruik je per stuk ongeveer 15 gram sushi-rijst. Deze kneed je zachtjes tot een bolletje (niet te hard de rijst pletten, want daar wordt de structuur van je sushi minder lekker door). Het plakje vis (zoals zalm of tonijn, garnaal kan ook) leg je in je linkerhand (als je rechtshandig bent), daar smeer je een beetje wasabi op (met je rechter wijsvinger), en vervolgens leg je je bolletje rijst er op. Draai het pakketje om in je hand zodat het stukje vis bovenop ligt. Vorm de sushi voorzichtig met de duim en middelvinger van je rechterhand. Je kan de duim van je linkerhand gebruiken om de sushi tegen te houden, maar je oefent er verder geen kracht mee uit. Richt op een rechthoekige vorm sushi. Deze leg je op een bord zodat je de volgende sushi kan maken.


Als je bij het opeten deze sushi in de sojasaus wil dippen, dip dan de kant met de vis in de sojasaus. Het is namelijk niet de bedoeling dat de rijst volgezogen wordt met sojasaus ;)

Chef Tomikawa doet het even voor:

video

maandag 24 april 2017

Oranje review: Zoete aardappelchips

Deze week is het weer Koningsdag, traditioneel staat alles dan bol van oranje dingen!
In de afgelopen jaren heb ik al best een aantal recepten ontwikkeld die niet misstaan op Koningsdag.

Denk bijvoorbeeld aan oranjemuffins, of (bij gebrek aan pompoenpuree) wortelsinaasappelcake. Als je zin hebt om wat uitgebreider te bakken op Koningsdag, kan je er voor kiezen om een abrikozen slagroomtaart te maken :P. Bij juist gebrek aan tijd of zin om lang in de keuken te staan, kun je ook kiezen voor oranje Powerballs!

Bij meer trek in een broodje, heb ik ook enkele oranje opties. Bijvoorbeeld een Kroningspanini, of oranje linzenspread als beleg. Voor een portie oranje fruit kun je kiezen voor een smoothie met mandarijn en sinaasappel, of misschien met mango.


Hoewel ik meerdere ideeën had voor oranje recepten, besloot ik vanwege gebrek aan tijd om dit jaar een oranje review te doen! (Mijn laatste echte review is alweer bijna driekwart jaar geleden!)
In de supermarkt kwam ik zoete aardappelchips tegen, die zijn natuurlijk oranje, dus geknipt voor Koningsdag (en weer wat anders dan de gewone paprikachips).
Omdat ik het niet kon laten, jullie kennen me inmiddels ;), heb ik toch nog een mini-receptje gemaakt. Deze staat onderaan de post!


Wat is het?
'My Sweet Potato Sweet chilli, Hand-cooked English Crisps'
Chips gemaakt van zoete aardappel, met sweet chili smaak.

Ingrediënten:
Zoete aardappel, zonnebloemolie, maltodextrine, suiker, uienpoeder, zout, gistextract, tomatenpoeder, specerijen (cayennepeper, gember, witte peper, steranijs), knoflookpoeder, specerij-extract (ancho chili, chili), aroma (maltodextrine van aardappel), kleurstof (paprika-extract).

Er is er bij vermeld dat het geen kunstmatige ingrediënten bevat, glutenvrij is en geschikt voor veganisten.

Voedingswaarde per 100 g:
Energie: 2157 kJ/  518 kcal,
Vet: 32.0g (waarvan 3.5g verzadigd),
Koolhydraten: 48.9g (waarvan 14.8g suikers),
Eiwit: 4.7g,
Zout: 0.6 g.

Waar te koop?
Gewoon in de supermarkt in het schap bij alle chips. De zak (125 gram) voor deze review is gekocht bij de Albert Heijn voor €2,69.

Hoe smaakt het?
Pas nadat ik een chipje had geproefd, nam ik een kijkje op de ingrediëntenlijst. De smaak van de 'sweet chili' zoete aardappelchips was een stuk zoeter dan ik had verwacht. Zoete aardappels zijn van zichzelf al een stuk zoeter dan gewone aardappels, en de toegevoegde suiker (waarschijnlijk voor de 'sweet' van de 'sweet chili') versterkt dit extra. Bij nadere inspectie kan je suikerkorrels zien zitten op de plakjes gefrituurde zoete aardappel, en ook op je vingers.
Dat is dus het stukje 'sweet', maar hoewel ik de 'chili' wel terug zie in de ingrediëntenlijst in verschillende vormen (cayennepeper, peper, chili-extract...), proef ik dit niet terug. Misschien een heel klein vleugje in de nasmaak, maar dat was het dan ook wel.
De chips smaakt wel duidelijk naar zoete aardappel.

Wat vind ik er van?
Tyrrell's heeft de slogan 'Hand-cooked English crisps'. Ze proberen heel hard om hun ambachtelijke productiewijze te promoten op de zak. Maar als je er eventjes over na denkt, dan kan je je haast niet voorstellen dat iemand (of meerdere personen) dagelijks met de hand allemaal chipjes zitten te bakken. Ten eerste zou dat de prijs niet ten goede komen (en deze chips is al aan de prijzige kant), omdat je een flink aantal mensen nodig hebt om aan de marktvraag te kunnen voldoen. Ten tweede zouden ze een heel streng hygiënebeleid moeten voeren om het niet met de inspectie aan de stok te krijgen. En ten derde is het erg moeilijk om constante kwaliteit te handhaven, mensen zijn nu eenmaal mensen...

De Keuringsdienst van Waarde heeft ook al een keertje nagedacht over 'hand-cooked' chips (hier vind je de aflevering). Hoewel ze niet bij de grote 'hand-cooked' merken een kijkje mochten nemen in de fabriek (wel bij Lays), lijkt het redelijk duidelijk dat het productiewerk niet door mensen maar door machines word gedaan.
Mij gaat het overigens niet om de slogan op de buitenkant van de zak, de inhoud vind ik veel belangrijker!

De zoete aardappelchips ogen een beetje 'verfrommeld', dus niet zoals het plaatje op de zak. De zoete aardappel lijkt meer te krullen in de frituur dan de standaard aardappel, deels heeft het ook te maken met de vorm waarin de aardappel wordt gesneden. De zoete aardappelschips zijn voornamelijk langwerpig van vorm in plaats van de meer ronde plakjes die je meestal tegenkomt in je chipszakje (bijzondere vormpjes daargelaten). Eigenlijk ogen de chipjes wel een beetje als wortelchipjes, alleen is de kleur een stuk donkerder oranje.

De kleur van zoete aardappel is vanzelf al redelijk donker na bakken, maar veel van de felle rosse kleur is bij deze chips afkomstig van het toegevoegde tomatenpoeder en paprika-kleurstof. Behalve dat het toevoegen van deze kleurtjes zorgt voor een fellere kleur en daardoor ook een aantrekkelijker chipje voor de consument, is er ook meteen het voordeel van consistentie in de kleur omdat de fabrikant het zelf controleert. Daarnaast draagt het ook een beetje bij aan de smaak.

Op knapperigheid is bij deze chipjes niets aan te merken. Crispyness is aanwezig!

Samengevat: Deze knapperige knaloranje zoete aardappelchipjes smaken duidelijk naar zoete aardappel. Tyrrell's heeft deze smaakvariant 'sweet chilli' genoemd, echter de zoetheid en pittigheid die ik met deze term associeer is niet in balans. De chips zijn aan de zoete kant en de pittigheid proef je nagenoeg niet. Een ding wat je zeker niet kan zeggen van deze chips is dat ze 'te zout' zijn, de chips bevatten minstens 50% minder zout per 100 gram dan de gemiddelde zak chips.
Als je graag een pittig chipje zoekt, zou ik deze niet aanraden. Vind je een zoeter chipje niet erg, dan kan je deze eens proeven.


Voor Koningsdag zijn ze, afgaande op de kleur, erg geschikt, maar persoonlijk dip ik denk ik liever een andere variant in mijn oranje dipsausje! (Wie weet misschien wel een paprika-variant van de crispy thins!)
Voor een oranje dipsausje schep je een flinke eetlepel yoghonaise (of mayonaise) in een bakje, voeg hier aan toe: 1 theelepel ketchup, 0.5 theelepel kerriepoeder, een halve theelepel paprikapoeder en een snufje gerookt paprikapoeder (optioneel). Roeren totdat het goed gemengd is, en dippen maar :).

Fijne Koningsdag alvast!

zaterdag 15 april 2017

Paas-Pikachu's

Het is bijna traditie geworden dat ik met Pasen broodjes bak. Mijn gele broodjes zijn jaarlijks van de partij, omdat die voor mij onlosmakelijk verbonden zijn met Pasen. Vaak maak ik deze in de vorm van een kransje of 'nestje', vorig jaar had ik mini-broodbakvormpjes gebruikt. Paasstol en konijnenbroodjes zijn er meestal ook bij!
Afhankelijk van de tijd die ik heb om in de keuken staan en het aantal gasten, bak ik er soms nog iets anders bij, zoals bijvoorbeeld een zoet brood (breekbrood of suikerbrood) of hartige bacon&egg-cups.

Er zijn een aantal mensen uit mijn gezin fanatiek Pokemon Go-er (nouja, veelal is dat ook 'wandelen' vanaf de bank, dus het beoogde doel van het spel dat mensen meer naar buiten gaan en bewegen wordt dan wel een beetje geminimaliseerd...). Vandaar dat ik dit jaar mijn gele broodjesdeeg weer combineer met de konijnenbroodjes, om uiteindelijk... jawel: Pikachu-broodjes te krijgen! Met losgeklopt eigeel maak ik wat details op de broodjes.
Ik heb al eens eerder een Pikachu gemaakt (zie een van de linkjes hierboven), maar ik had er toen geen recept bij geschreven.


De gele kleur van de broodjes komt van kurkuma, ook wel koenjit of geelwortel genoemd. Als je een keer met verse geelwortel werkt, merk je wel dat alles meteen geel wordt (ook je vingers)! Ik gebruik daarom het liefste de poedervorm.
Kurkuma blijkt uit onderzoek ook een ontstekingsremmend effect te hebben in de darm, wat positief kan werken voor de gezondheid. :)

Ik gebruik ook sinaasappelsap in het recept. Dit kan je vers persen, maar eventueel uit een pak kan ook. Overig sap uit een pak, of sap geperst van de andere sinaasappels uit het netje, is trouwens ook prima om erbij te zetten op de Paasontbijt of Paasbrunch tafel! Heel veel profijt van de vitamine C in het sap zul je helaas niet hebben. Dit komt omdat het heel temperatuurgevoelig is, en na het bakken zal de vitamine C nagenoeg verdwenen zijn. De smaak (en ook een beetje kleur) van de sinaasappel blijven natuurlijk wel behouden. Bovendien helpt de vitamine C ook mee tijdens het rijsproces (ik heb wel eens ergens gelezen dat sommige broodbakkers wel eens een vermorzeld vitamine C-tabletje toevoegen aan hun brooddeeg.
Voor extra sinaasappelsmaak raad ik aan om de schil van een sinaasappel te raspen en toe te voegen aan je deeg.

Durf jij ze nog op te eten?
Pikachu-broodjes
Voor 10 broodjes
Ingrediënten
- 450 g bloem
- 2 tl kurkuma
- 1 tl suiker
- snufje zout
- 1 zakje droge gist
- 75 ml sinaasappelsap
- 200 ml water (handwarm)
Bereidingswijze
- Meng de bloem, kurkuma, suiker, zout en gist door elkaar in een kom.
- Maak een kuiltje in het midden en doe daar de sinaasappelsap en water in.
- Mix met een mixer met deeghaken het geheel tot een soepel deeg in ongeveer 3-5 minuten.
- Haal de deegbal even uit de kom, vet de kom in, doe het deeg terug en dek af met plastic folie. Laat het deeg op een warme plek ongeveer 45 minuten rijzen.
- Haal het deeg uit de kom en kneed het ongeveer 2 minuten op een licht met bloem bestoven werkblad (of op een plank). 
- Verdeel het deeg in 10 stukjes van ongeveer 76 gram. Maak er ovaalvormige bolletjes van en leg ze op een bakplaat met bakpapier. Dek af met een ingevet stuk plastic folie. en laat 10 minuten narijzen.
Verwarm de oven voor op 220°C graden. Klop een eidooier los met een theelepel water.
- Maak met een puntige schaar (goed afwassen vantevoren als je geen keukenschaar hebt!), knipjes aan een zijde van het deegbolletje voor de oren. Aan de achterkant maak je drie knipjes diagonaal op elkaar op een bliksemvormige staart te maken. Vouw het puntige stukje aan de bovenkant van de staart naarbinnen.
- Maak met een sateprikker twee oogjes onder de knipjes van de oren. Gebruik dit prikkertje ook om met wat eigeel de puntjes van de oren donker te maken en twee strepen op de rug te maken.
Schuif de bakplaat met de Pikachu's-to-be in de oven en bak de broodjes gaar in ongeveer 15 minuten. Laat afkoelen op een rooster.

Eet smakelijk en fijne Pasen!

zondag 9 april 2017

Sushi-rijst

Afgelopen december heb ik in Amsterdam een sushi-workshop gevolgd. Mijn ervaring kan je hier lezen, het was ontzettend leuk! We uiteraard sushi gemaakt en ongeveer twee weken later had ik het thuis nog eens dunnetjes over gedaan met Kerst.

Voordat we kleine sushi gingen rollen, hadden we bij de workshop eerst uitleg gekregen over het bereiden van de sushirijst. Normaal gesproken kook ik mijn rijst heel makkelijk door de droge rijst met water in een pan te doen, het geheel aan de kook te brengen, laten pruttelen tot ik de korrels aan het wateroppervlak kan zien, vuur uit, deksel erop en laten staan. Maar het maken van sushi-rijst vergt toch iets meer moeite.

Het begint met de keuze van de rijst. Voor sushi wordt 'sushi-rijst' of 'Japanse rijst' gebruikt. Dit is een rijst met een korte korrel, in tegenstelling tot de langkorrelige rijst die meestal wordt gegeten in Nederland. Risottorijst en dessertrijst hebben wel een korte korrel.

De rijst (voor 4 personen ca. 700 g) was je eerst onder koud stromend water tot het water niet meer melkachtig van kleur, maar weer helder is. Vervolgens laat je de rijst zo'n 20-30 minuten uitlekkern in een zeef.
Er werd ons verteld dat Japanners de rijst meestal in een rijstkoker klaarmaken. Ik heb geen rijstkoker, dus ik kook de rijst in een gewone kookpan. De uitgelekte rijst gaat met water (800 ml) in de pan en dit wordt aan de kook gebracht. Verlaag de temperatuur van je kookplaat tot matig en laat ongeveer 7-8 minuten koken voordat je de temperatuur nog lager brengt en de rijst vervolgens nog 10 minuten laat sudderen (doe de deksel op de pan). Haal de pan van het vuur en laat de rijst even staan terwijl je de sushi-azijn maakt.

Voor de sushi-azijn doe je 200 ml Japanse rijstazijn met 120 gram suiker en 30 gram zeezout in een pannetje. Dit verhit je tot de suiker en het zout volledig zijn opgelost.
Voor de hoeveelheid gekookte rijst die ik hierboven heb beschreven (700 gram droog) heb je 160 ml van de sushi-azijn nodig.


Traditioneel wordt de (nog warme) rijst in een houten handai bak gedaan om de rijst verder af te koelen. Omdat ik (en ik denk de meeste Nederlanders) geen handai bak heb, heb ik gewoon een grote schaal gebruikt om de rijst in te doen.


De sushi-azijn sprenkel je geleidelijk over de rijst die je voorzichtig omroert met een houten spatel. Tijdens het roeren laat je met behulp van een waaier of ventilator de rijst afkoelen tot lichaamstemperatuur. Je ziet hier al een probleem ontstaan dat je drie handen nodig hebt; voor de azijn, het roeren en het afkoelen!


Het is gezellig als je iemand hebt die je in de keuken kan helpen met het wapperen van een waaier, maar als je dat niet hebt kan je afwisselend met een hand de azijn sprenkelen en wapperen. Of je gebruikt een op zichzelfstaande ventilator als je daar ruimte voor hebt. Ik heb op zelf adequate sushi-rijst verkregen zonder extra elektrische ventilator ;). De afgekoelde rijst doe je in een 'rijstcontainer' (of gewoon terug in de pan) en dek af met een natte doek (of de deksel), om te zorgen dat de rijst niet te veel afkoelt en/of uitdroogt.
En dan ben je klaar om sushi te gaan maken!

Mijn zus heeft een tijdje in Japan gewoond en verteld:
"De rijst wordt in Japan thuis altijd in de rijstkoker gemaakt. De reden hiervoor was, dat er in een gezin van 4 tot 6 mensen (afhankelijk van wie er mee-at) gewoon heel veel rijst gegeten werd: 's ochtends, 's middags en 's avonds. 's Ochtends werd er in veel gevallen ook rijst gekookt om mee te nemen in de lunchboxen. Het was wel altijd onze eigen rijst, van de rijstvelden rondom het huis. Meestal aten we de rijst gewoon zo uit een kommetje of maakten er onigiri van. Ook aten we het als chirashizushi (in een grote ronde bak van bamboe een laag rijst met daarbovenop allerlei 'sushi-ingredienten'. De bekende 'restaurant-sushi' maakten we echter nooit thuis. Als we het al aten, dan kochten we het. De lokale specialiteit was 'kakinohazushi' (sushi in kaki-blad), maar die kocht je in een doosje met enkel kakinohazushi. Als we normale sushi bestelden, was het een groot rond bord vol met allerlei bekende soorten sushi (vis, ei, garnaal, etc). De meeste sushi heb ik echter in restaurants gegeten, ook in Japan. Al deze restaurants hadden een lopende band waarop bordjes in verschillende prijsklassen langs je tafel bewegen. Dit kun je dus zo goedkoop of zo duur maken als je wil."
Er is dus niet een enkel recept voor chirashizushi, maar het kan op vele manieren gemaakt worden, afhankelijk van wat je lekker vind! Ik geef een voorbeeld:
Met ongeveer 350 gram sushirijst, bereidt volgens de hierboven beschreven methode, heb je voldoende voor 2-3 personen (of zelfs 4 wanneer je niet zulke grote eters aan tafel hebt). Een stuk verse tonijn (ca. 250 g) en verse zalm (ca. 400 g) heb ik in een koekenpan met wat olie kort gebakken aan beide kanten (het vel heb ik vantevoren van de zalm afgesneden en krokant gebakken in de oven). In diezelfde pan bakte ik een omelet van 1 ei. Zowel het ei als de vis heb ik in dunne reepjes gesneden en over de rijst verdeeld die ik in een brede schaal had gedaan. Als 'finishing touch' heb ik een vel nori in zo dun mogelijke reepjes gesneden en deze over de schaal gestrooid. Als laatste nog wat witte en zwarte sesamzaadjes. (Ik heb een beetje peper over de zalm gemalen voordat ik hem bakte, maar verder heb ik geen zout en peper gebruikt. Ik heb het ook niet gemist want er zat ontzettend veel smaak in het gerecht.) Serveer naar wens met sojasaus en wasabi.