In Arnhem ligt een bosrijke locatie genaamd Papendal. Hier worden evenementen en congressen gehouden, er is ook een hotel. Maar hetgeen waar Papendal toch het meest bekend om staat is de topsportfaciliteiten die daar aangeboden worden. Het is ook geen verrassingen dat vele Olympische atleten daar komen trainen.
Trainingslocaties voor verschillende sporten zijn aanwezig, net als geavanceerde meetapparatuur om de prestaties en ontwikkelingen van de atleten vast te leggen en steeds verder kunnen verbeteren.
Maar topprestaties lever je natuurlijk niet met alleen trainen. Voeding speelt een belangrijke rol! Met passende voeding kan je geen topsporter worden, maar het kan een topsporter wel helpen om het maximale uit zichzelf te halen. Een honderdste van een seconde kan al het verschil maken tussen goud en zilver!
Daarom hebben ze in Papendal ook een eigen chefkok (Erik te Velthuis) die recepten ontwikkeld toegespitst op de behoeftes van de sporters. Dit is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, en tegelijkertijd ook de individuele behoeften van de atleten die via de nieuwste technologieen gemonitord kunnen worden.
In 2011 bracht Erik te Velthuis in samenwerking met een dietiste een boek uit genaamd 'Goud op je bord' (ISBN10: 9054721766). Ik heb het boek zelf niet, maar afgelopen oktober 2016 had ik de kans gekregen om een sportreep te proeven die ontwikkeld was in diezelfde 'Gouden' lijn. 'Goud in je hand', was de naam die ze aan de reep hadden gegeven.
Het recept wat ik vandaag geef, is geinspireerd op deze Gouden reep uit Papendal, vandaar dat ik ze Olympische Sportrepen noem! Het maken van deze repen is erg makkelijk, maar een blender/keukenmachine is wel vereist, net als bij mijn powerballs, zuidvruchten-, of vijgenkoek, waar deze repen wel een beetje vergelijkbaar mee zijn.
Het voordeel van een reep is dat het makkelijk mee te nemen is in je tas en ook zonder geknoei gegeten kan worden. Erg handig na een heftige inspanning om je energie weer op peil te krijgen! Ik heb deze repen al in de praktijk getest na een 'maximaal-test'. Bij zo'n test wordt je maximale zuurstof verbruik gemeten, en daar raak je nogal uitgeput van! Om de sportieve jongens die deze test uitvoerden een beetje tegemoet te komen, had ik Olympische Sportrepen voor ze meegenomen. Ze waren er erg blij mee, dus bij deze: Jongens, het recept!
Olympische Sportrepen Voor ca. 5 stuks Ingrediënten - 50 g gedroogde abrikozen - 50 g dadels - 50 g rozijnen - 90 g creme-honing - 25 g zonnebloempitten - 60 g sesamzaad - 70 g havermout (ik heb 40 g grove vlokken en 30 g fijne havermout gebruikt) - 25 g hazelnoten - 55 g amandelen en walnoten - 1 el kokosrasp - 1 rijstwafel Bereidingswijze - Doe alle ingrediënten in de blenderkom.
- Blend tot er een bal ontstaat.
- Duw het 'deeg' plat in een (bak)vorm (met bakpapier) en laat afkoelen in de koelkast.
- Snijd de 'koek' vervolgens in repen. Deze zijn buiten de koelkast te bewaren. Verpak ze in bakpapier om de repen makkelijk mee te kunnen nemen.
Afgelopen december heb ik in Amsterdam een sushi-workshop gevolgd. Mijn ervaring kan je hier lezen, het was ontzettend leuk! We uiteraard sushi gemaakt en ongeveer twee weken later had ik het thuis nog eens dunnetjes over gedaan met Kerst.
Voordat we kleine sushi gingen rollen, hadden we bij de workshop eerst uitleg gekregen over het bereiden van de sushirijst. Normaal gesproken kook ik mijn rijst heel makkelijk door de droge rijst met water in een pan te doen, het geheel aan de kook te brengen, laten pruttelen tot ik de korrels aan het wateroppervlak kan zien, vuur uit, deksel erop en laten staan. Maar het maken van sushi-rijst vergt toch iets meer moeite.
Het begint met de keuze van de rijst. Voor sushi wordt 'sushi-rijst' of 'Japanse rijst' gebruikt. Dit is een rijst met een korte korrel, in tegenstelling tot de langkorrelige rijst die meestal wordt gegeten in Nederland. Risottorijst en dessertrijst hebben wel een korte korrel.
De rijst (voor 4 personen ca. 700 g) was je eerst onder koud stromend water tot het water niet meer melkachtig van kleur, maar weer helder is. Vervolgens laat je de rijst zo'n 20-30 minuten uitlekkern in een zeef.
Er werd ons verteld dat Japanners de rijst meestal in een rijstkoker klaarmaken. Ik heb geen rijstkoker, dus ik kook de rijst in een gewone kookpan. De uitgelekte rijst gaat met water (800 ml) in de pan en dit wordt aan de kook gebracht. Verlaag de temperatuur van je kookplaat tot matig en laat ongeveer 7-8 minuten koken voordat je de temperatuur nog lager brengt en de rijst vervolgens nog 10 minuten laat sudderen (doe de deksel op de pan). Haal de pan van het vuur en laat de rijst even staan terwijl je de sushi-azijn maakt.
Voor de sushi-azijn doe je 200 ml Japanse rijstazijn met 120 gram suiker en 30 gram zeezout in een pannetje. Dit verhit je tot de suiker en het zout volledig zijn opgelost.
Voor de hoeveelheid gekookte rijst die ik hierboven heb beschreven (700 gram droog) heb je 160 ml van de sushi-azijn nodig.
Traditioneel wordt de (nog warme) rijst in een houten handai bak gedaan om de rijst verder af te koelen. Omdat ik (en ik denk de meeste Nederlanders) geen handai bak heb, heb ik gewoon een grote schaal gebruikt om de rijst in te doen.
De sushi-azijn sprenkel je geleidelijk over de rijst die je voorzichtig omroert met een houten spatel. Tijdens het roeren laat je met behulp van een waaier of ventilator de rijst afkoelen tot lichaamstemperatuur. Je ziet hier al een probleem ontstaan dat je drie handen nodig hebt; voor de azijn, het roeren en het afkoelen!
Het is gezellig als je iemand hebt die je in de keuken kan helpen met het wapperen van een waaier, maar als je dat niet hebt kan je afwisselend met een hand de azijn sprenkelen en wapperen. Of je gebruikt een op zichzelfstaande ventilator als je daar ruimte voor hebt. Ik heb op zelf adequate sushi-rijst verkregen zonder extra elektrische ventilator ;). De afgekoelde rijst doe je in een 'rijstcontainer' (of gewoon terug in de pan) en dek af met een natte doek (of de deksel), om te zorgen dat de rijst niet te veel afkoelt en/of uitdroogt.
En dan ben je klaar om sushi te gaan maken!
Mijn zus heeft een tijdje in Japan gewoond en verteld:
"De rijst wordt in Japan thuis altijd in de rijstkoker gemaakt. De reden hiervoor was, dat er in een gezin van 4 tot 6 mensen (afhankelijk van wie er mee-at) gewoon heel veel rijst gegeten werd: 's ochtends, 's middags en 's avonds. 's Ochtends werd er in veel gevallen ook rijst gekookt om mee te nemen in de lunchboxen. Het was wel altijd onze eigen rijst, van de rijstvelden rondomhet huis. Meestal aten we de rijst gewoon zo uit een kommetje of maakten er onigiri van. Ook aten we het als chirashizushi (in een grote ronde bak van bamboe een laag rijst met daarbovenop allerlei 'sushi-ingredienten'. De bekende 'restaurant-sushi' maakten we echter nooit thuis. Als we het al aten, dan kochten we het. De lokale specialiteit was 'kakinohazushi' (sushi in kaki-blad), maar die kocht je in een doosje met enkel kakinohazushi. Als we normale sushi bestelden, was het een groot rond bord vol met allerlei bekende soorten sushi (vis, ei, garnaal, etc). De meeste sushi heb ik echter in restaurants gegeten, ook in Japan. Al deze restaurants hadden een lopende band waarop bordjes in verschillende prijsklassen langs je tafel bewegen. Dit kun je dus zo goedkoop of zo duur maken als je wil."
Er is dus niet een enkel recept voor chirashizushi, maar het kan op vele manieren gemaakt worden, afhankelijk van wat je lekker vind! Ik geef een voorbeeld:
Met ongeveer 350 gram sushirijst, bereidt volgens de hierboven beschreven methode, heb je voldoende voor 2-3 personen (of zelfs 4 wanneer je niet zulke grote eters aan tafel hebt). Een stuk verse tonijn (ca. 250 g) en verse zalm (ca. 400 g) heb ik in een koekenpan met wat olie kort gebakken aan beide kanten (het vel heb ik vantevoren van de zalm afgesneden en krokant gebakken in de oven). In diezelfde pan bakte ik een omelet van 1 ei. Zowel het ei als de vis heb ik in dunne reepjes gesneden en over de rijst verdeeld die ik in een brede schaal had gedaan. Als 'finishing touch' heb ik een vel nori in zo dun mogelijke reepjes gesneden en deze over de schaal gestrooid. Als laatste nog wat witte en zwarte sesamzaadjes. (Ik heb een beetje peper over de zalm gemalen voordat ik hem bakte, maar verder heb ik geen zout en peper gebruikt. Ik heb het ook niet gemist want er zat ontzettend veel smaak in het gerecht.) Serveer naar wens met sojasaus en wasabi.
Vorige week had ik overheerlijke brownies gemaakt. Als je ze nog niet hebt gemaakt, zou ik het van harte aanraden! Dus deze week is het tijd voor een iets lichtere snack ;).
Ik was aan het bladeren in het notitieboekje wat ik in de keuken heb liggen om tijdens het koken in te schrijven, en ik kwam een recept tegen van crackertjes dat ik ongeveer anderhalf jaar geleden heb gemaakt, maar volgens mij nooit heb gedeeld! In dat recept heb ik rijstebloem gebruikt. Omdat ik dat momenteel niet in de kast heb liggen, besloot ik een nieuw recept te maken. Eentje met alleen tarwebloem. Dit nieuwe recept deel ik vandaag met jullie. En die andere? Die kan nog wel eventjes wachten, hij ligt toch al zo lang :P.
Dit recept voor crackertjes is heel simpel. Wat het meeste tijd kost is het feit dat je om de tien minuten in de keuken staat om een nieuwe batch in de oven te schuiven! Omdat ik hele dunne crackertjes wilde, kan je ook heeel veel crackertjes uit het beslag halen. De olie in het recept zorgt er voor dat de crackertjes vanzelf loslaten van het bakpapier.
Voor deze crackertjes heb je bakpapier nodig. Een bakplaat is niet echt noodzakelijk. Ik heb het bakpapier rechtstreeks op het ovenrooster gelegd zodat ik efficienter gebruik kon maken van de ruimte op het papier. Aan één vel papier heb je waarschijnlijk niet genoeg, omdat het beslag redelijk vloeibaar is, gaat het papier kreukelen en dan krijg je na een paar keer gebruiken gaatjes in je crackertjes omdat je het beslag niet meer vlak kan verdelen.
Crispy thins (naturel) Voor ruim 100 crackertjes
Ingrediënten
- 200 g bloem - 5 g bakpoeder - 25 g olijfolie (extra vergine) - 10 g azijn - 250 g water
Bereidingswijze - Verwarm de oven voor op 185°C graden. - Meng de bloem en het bakpoeder in een kom met een garde - Voeg de olie, azijn en het water toe en mix de garde tot een glad beslag. - Maak met een lepel flinke druppels op een vel bakpapier (ongeveer ter grootte van een halve theelepel/1 koffielepeltje beslag). Smeer met de achterkant van de lepel de druppels beslag uit tot rondjes. - Schuif het vel bakpapier op het ovenrooster en bak in ca. 8 minuten goudbruin in de oven. - Schuif de crackertjes van het bakpapier en maak nieuwe rondjes met het beslag. Bak tot het beslag op is.
Ik heb in het recept allemaal rondjes gemaakt. Maar je kan ook een grote 'plak' maken van het beslag. Bak deze 'cracker' dan 2-3 minuten langer in de oven en breek hem daarna in stukjes. Bovenstaand recept geeft naturel crackertjes, maar je kan er ook een eigen draai aan geven. Ik heb geen zout gebruikt in de crackertjes, zo naturel smaken ze al erg goed. Enkele voorbeelden wat je op de crackertjes kan strooien voordat je ze in de oven schuift is sesamzaad of maanzaad, grof zeezout, peper. Maar ook bijvoorbeeld amandelschaafsel of nougatine geeft weer een hele andere smaak. Deze crackertjes zijn zo dun dat ze niet echt geschikt zijn om te beleggen met salade bijvoorbeeld. Maar ze zijn wel heerlijk om gewoon los te eten. Prima alternatief voor chips eigenlijk! Eet smakelijk!
Het volgende recept is het vierde en laatste recept wat ik had bedacht voor de sojasaus receptenwedstrijd.
Deze superluchtige chocolademousse is minder zoet dan 'gewone' chocolademousse. Zowel de sinaasappel als de sojasaus in het recept zijn een tegenhanger voor het zoete van de suiker en chocolade (hoewel pure chocolade van zichzelf natuurlijk ook al wat bitterder is dan melk- of witte chocolade). Het geeft een hele andere smaaksensatie aan de chocolademousse!
Je kan eventueel ook deze mousse maken zonder de sojasaus.
Op de foto heb ik de mousse gedecoreerd met sesam-koekkruimeltjes.
Sojasaus Chocolade Mousse
Ingrediënten:
- 100 g pure chocolade
- 150 g ongezoete slagroom
- 60 g suiker
- 20 g Kikkoman Sojasaus minder zout
- 20 g water
- Sinaasappel
- Verse gember
- 2 eiwitten
Bereidingswijze:
- Smelt de chocolade met 25 g van de slagroom au bain marie.
- Breng in een klein pannetje de suiker, sojasaus en water aan de kook tot het wat stroperig wordt.
- Doe ondertussen in een kom de rest van de slagroom en rasp met een fijne rasp de schil van een ½ sinaasappel en een stukje gember hierboven.
- Klop de slagroom tot zachte pieken (niet helemaal stijf).
- Mix de eiwitten in een vetvrije kom tot het wit begint te worden. Blijf mixen tot stijve pieken terwijl je voorzichtig de sojastroop erbij giet.
- Giet de chocola over in een andere (niet warme) komen roer met een spatel in de chocolade tot deze niet niet meer warm/lauw aanvoelt.
- Spatel rustig de slagroom in delen door de chocolade en vervolgens de geklopte eiwitten.
- Zet de mousse minstens 2 uur in de koelkast tot gebruik.
Eigenlijk maak ik in de keuken veel meer hartige gerechten dan zoetigheden. Avondeten staat namelijk dagelijks op het programma, terwijl koekjes, cakejes en taartjes niet dagelijks worden gemaakt. Misschien als ik ooit een patisserie begin dan natuurlijk wel! Omdat ik het dan kan verkopen kunnen meer mensen proeven en wordt ik zelf ook niet tonnetje rond omdat ik zelf alles opsnoep ;P. Maar voorlopig ben ik nog even bezig met studeren.
Net als de meeste cakejes, maak ik de hartige gerechten ook gewoon op gevoel. Het feit dat ik niks afweeg of afmeet maakt het wat lastiger om er een recept van te schrijven, vandaar dat er vaker zoete gerechten op mijn blog verschijnen. Deze keer heb ik wel gelet op de hoeveelheden die ik heb gebruik, dus in deze blogpost heb ik een hartig recept voor jullie. Het staat met 20 minuten op tafel, dus dit is een handig recept als je maar weinig tijd hebt om te koken.
Je kan het als hoofdgerecht maken, maar het is ook (eventueel afgekoeld) lekker als lunchgerecht (als je restjes over hebt!). Heb je meteen wat extra groenten op! Als je het bewaard, houd dan wel de nootjes apart, omdat ze anders zacht worden.
Gembercouscous met cashews en groenten (voor 2 personen)
Ingredienten:
- 375 ml water
- 150 g couscous
- 1/2 tl kerriepoeder
- 1/2 tl komijn,
- 1 tl gedroogde koriander
- Rasp van ca. 1 cm verse gember
- 2 grote wortels (ca. 300 g)
- 2 paprika's (ca. 300 g)
- 100 g ongezouten cashewnoten
- 1 tl sesamolie
Bereidingswijze
- Breng het water aan de kook.
- Meng in een (aardewerken) kom de couscous met de kruiden en gember. Schenk het kokende water erover en dek de kom af met aluminiumfolie. Zet opzij en laat ongeveer 15-20 minuten wellen.
- Snijd ondertussen de wortels en paprika's in stukjes en laat deze in een pan met een klein laagje water in ongeveer 7 minuten zacht stomen (deksel op de pan).
- Bak in een koekenpan met 1 el olie de cashewnoten rondom bruin en geurig. Laat de nootjes even uitdampen op een keukenpapiertje.
- Roer de couscous los met een vork en meng de sesamolie er doorheen.
- Serveer de couscous met de groenten en cashewnootjes.
- Peper en zout kunnen eventueel naar smaak nog toegevoegd worden.
Een lange blogpost deze keer! Afgelopen weekend heb ik een sushi workshop gevolgd, hier heb ik een verslagje van gemaakt. Hoewel ik twee zussen heb die voor ruime tijd in Japan zijn geweest had ik nog nooit zelf sushi gemaakt...
Maar dat is niet de reden dat ik deze workshop bijwoonde! Kikkoman (van de sojasaus) had afgelopen najaar een receptenwedstrijd uitgeschreven. Als hoofdprijs kon je een reis voor 2 personen naar Japan winnen. 'Simpel en origineel', las ik in de beschrijving van de regels. En uiteraard moest Kikkoman sojasaus ook een ingredient in je recept zijn.
Het is niet moeilijk te raden dat ik ook een recept ging insturen voor deze wedstrijd. Eerdere receptenwedstrijden waar ik eens aan mee heb gedaan zijn de Hema taartwedstrijd en een wedstrijd van de AH met duurzame vis.
Ik was goed op dreef met het bedenken van recepten. Een stuk of 4 smakelijke recepten rolden uit de keuken. Maar.... Je mocht maar 1 recept per persoon insturen! Gelukkig heb ik lieve zussen met een lieve vriendin onder wiens naam ik ook een recept mocht insturen. :)
Ik maakte mooie foto's en stuurde alles ongeveer een kwartier voor de deadline van de wedstrijd in (ik kwam er net op tijd achter dat de deadline niet pas de volgende dag was, zoals ik oorspronkelijk dacht...).
Het wachten op de uitslag duurde lang. Een week of 2-3 later dan volgens de wedstrijd-omschrijving kwam het eerste mailtje binnen bij iemand. Helaas, dat recept was niet uitgekozen voor de finale.
Je kwam in de finaleronde als je bij de beste 5 recepten zat. Je kreeg dan de kans om in het Okura hotel in Amsterdam je recept te koken voor de chefs, die na kritisch proeven de winnaar van de wedstrijd zouden uitroepen.
Enkele dagen later kregen mijn zussen over de twee andere recepten ook te horen dat ze niet tot de besten behoorden. Als dank kregen zij allemaal wel een goodie-box thuisgestuurd.
Als laatste kreeg ik ook mijn mailtje van de Kikkoman binnen. "Helaas, je behoort niet tot de beste vijf recepten." Maar, mijn recept was wel goed genoeg dat ik een workshop mocht komen volgen in het Okura hotel onder leiding van sterrenchef Masanori Tomikawa van restaurant Yamazato (gevestigd in het Okura)!
De koks van de top 10 waren uitgenodigd voor deze sushi-workshop. Ik hoefde niet lang na te denken over het antwoord op de vraag of ik wilde komen of niet!
Een verslag van de finaleronde en het winnende recept wordt gepubliceerd in het decembernummer van Delicious Magazine. Ook staat het al op de website van Kikkoman.
Mijn recepten zal ik op mijn blog posten. Het recept waarmee ik deze workshop had gewonnen was een cocktail met sojasaus.
Voor de workshop verzamelden de deelnemers zich tussen half 11 en 11 uur 's ochtends in de wijnkelder van het Okura. Door de glazen deuren konden we al wat voorbereidingen zien die getroffen werden in de kookstudio van het Okura 'Taste of Okura'.
Een aantal mensen hadden al eens met elkaar kennisgemaakt tijdens de finale, dus daar hoorde ik ondertussen ook wat verhalen over.
Eerst kregen we een appetizer; een bordje met dubbelgebakken griet en zalm, en (volgens de chef:) "KFC!". Oftewel, balletje gefrituurde kip. Dit was kippendijfilet, ik denk niet dat ze dit stukje van de kip ook bij de KFC gebruiken... We kregen ook een glaasje pruimenwijn erbij geserveerd (maar deze heb ik niet opgedronken). Ondertussen vertelden twee mensen van de Kikkoman verhalen, onder andere over het maken van sushirijst, sake, bier en verschillen tussen Japan en Nederland. Chef de cuisine Louise O'Hare was ook tijdens de hele workshop aanwezig om mee te helpen en uitleg te geven.
Daarna kon de workshop beginnen. Handen wassen, schort om, en vervolgens de eerste uitleg van chef Tomikawa. De sushi die we zouden gaan maken waren nigiri, makisushi en california roll.
Als eerste de rijst. We hadden vlak daarvoor al iets gehoord over de bereiding van sushirijst. Nu hoorden we het nogmaals, met demonstratie, van de chef. Het grootste verschil met hoe Nederlanders rijst koken, hoorden we, is dat Nederlanders de rijst gewoon in de rijstkoker doen en aanzetten. Het gaat toch automatisch! Maar in Japan nemen ze er meer de tijd voor. De rijst die gebruikt werd was Kikkoman rijst, geteeld in Italie omdat daar de kortkorrelige rijst (net als risottorijst) goed groeit.
We mochten ook even proeven van de rijst, en ook de verse wasabi (heel fris en licht pittig).
Na de eerste demonstratie van vis snijden en sushi maken konden we zelf aan de slag. Voor iedereen was een werkplank, mes, pot sushirijst en een bordje vis klaargelegd. De vis waarmee we werkten was onder andere zalm, tonijn, makreel en Yellowtail. De vis was heel vers. "Deze zalm is van gisteren, gevangen in Schotland", vertelden ze.
Driekwart van de vis was al in plakjes gesneden, maar de zalm mochten we zelf nog doen, naar het voorbeeld van de chef.
Terwijl we bezig waren liepen chef Tomikawa, O'hare, en enkele andere behulpzame koks rond om tips te geven. "Good!" klonk chef Tomikawa ineens naast mij toen ik mijn halve bordje vis al kunstig had omgevormd tot nigiri sushi.
Als tweede maakten we makisushi (gerold). "Niet te veel de rijst pletten met je vingers, dat komt de smaak niet ten goede!" Je moest in ieder geval 6 sushi uit 1 velletje nori kunnen rollen. We rolden reepjes tonijn in de sushi. De kunst is om het stukje vis daadwerkelijk in het middenvan het rolletje te houden en zorgen dat het niet aan de rand belandt.
Toen bij iedereen 12 makisushi op het bordje erbij lagen, kwamen we aan bij de laatste sushi: de California roll. De minst favoriete sushi van de chef, "Er zit zo veel in dan zit je meteen vol! Amerikanen he..." Vaak wordt bij California rolls ook de hele buitenkant volgeplakt met sesam of oranje visseneitjes. "Maar dat is een beetje overdreven", aldus de chef, "dat doen wij dus niet."
De california rol is net als de maki gerold, maar dan binnenstebuiten. Er gaat niet 1 stukje vulling in, maar zowel snowkrab, komkommer als avocado. Behalve wasabi zit er ook Kewpie mayonaise in de roll. Met een keer rollen, kan je bij de California roll wel 8 sushi halen. Je mocht ze ook (fancy) schuin snijden, toen kreeg ik er zelfs 9 sushi uit :P.
Dat was de laatste sushi, mijn bak met rijst was ook helemaal leeg! Op het laatst had ik nog wat rijst moeten lenen van mijn buurman om de laatste california rolls af te maken.
Je mocht toen wat van je sushi op een bordje leggen om zelf op te eten. "De lelijkste eet je zelf op, de mooiste neem je mee naar huis om te laten zien.", tipte Louise O'Hare aan de deelnemers.
(Bij mij gingen echter eerst enkele van mijn mooiste sushi op een bordje voor de foto!)
Iedereen kreeg bij zijn bordje zelfgemaakte sushi ook een kommetje misosoep met blokjes tofu en mini-paddenstoeltjes. Ook kregen we een korte uitleg over het eten van sushi. "Meestal eten Japanners sushi gewoon met hun handen." vertelde Tomikawa. "Bij het eten van de miso soep houd je je stokjes horizontaal onder het kommetje, en geluid maken mag!"
De koks hadden zelf ook niet stilgezeten. Na de sushi kregen we allemaal een traytje met desserthapjes. Een groene thee-roll (die vooral smaakte naar de slagroomvulling), een groene thee-koekje, sesam-macaron, een soort Yuzu-meringue trifle (cake, witte chocoladebolletjes, Yuzu curd (citrusvrucht, smaak was vergelijkbaar met citroen) en meringue. En daarnaast nog een bolletje sesamijs (het ijs was superzacht en smooth, maar de sesamsmaak haalde ik er niet uit), en een sesamkoekje.
Na een afsluitend kopje thee kregen we allemaal een tasje mee met onze eigen overige sushi, mooi verpakt in doosjes. En een kleine goodiebag van de Kikkoman.
Thuis werd er bij ons 's avonds dus verse sushi gegeten. Ik had zelf voldoende voor ongeveer twee personen, dus er werd nog wat extra bij gehaald. "Bijna net echt!" aldus mijn vader. "Alsof haar sushi nep zijn!" protesteert mijn zusje.
Het smaakte in ieder geval prima! :)
Tijd voor een review! Dit product vond ik in het tussendoortjesschap van de supermarkt. Ik had het product eigenlijk 'gekozen' op de voorzijde van de verpakking! Het zwarte 'geweven' patroon met witte letters vind ik er best wel leuk uit zien. Het product lag bij alle 'natuurlijke en no-nonsense' producten. Dus ik verwachtte ook zoiets van dit product. In deze review lees je wat ik aantrof bij het openen van de verpakking!
Wat is het?
De verpakking beschrijfthet product als "Granola Fruitbiscuits, gemaakt met volkorengranen en zaden".
De claim "rijk aan vezels" wordt gemaakt op de verpakking. Ik heb het even opgezocht en dit mogen ze inderdaad op de verpakking zetten want het product bevat 9,1 gram vezels per 100 gram (minimum is 6 gram per 100 gram voor deze claim).
De koekjes komen van deGraanschuur, wat niet te missen is aangezien het de helft van de voorzijde van de verpakking in beslag neemt. De Graanschuur valt onder Van Delft, die meer bekende koekjes produceert zoals bijvoorbeeld de fruitbiscuits and andere koekjes van het AH-huismerk en de pepernoten van de Jumbo. De granola fruitbiscuits zag ik overigens niet terug op hun website (dd 07/08/2016).
De biscuits lijken qua look en verpakking op de fruitbiscuits van bijvoorbeeld Sultana of het supermarkt huismerk. De koekjes zijn per 3 stuks à 18,2 gram verpakt. In één verpakking zitten vier pakjes, dus in totaal 12 koekjes.
De Graanschuur granola biscuits zijn in verschillende smaakvarianten verkrijgbaar namelijk rozijnen & pompoenpitten, cranberries & zonnebloempitten. Deze laatste proef ik voor deze review. Er blijken ook nog twee 'crunchy' varianten te zijn die meer weghebben van de vierkante Evergreen-koeken van Liga, in de smaken blauwe bessen & pompoenpitten, en frambozen & watermeloenpitten.
Waar te koop?
In de gewone supermarkt. Ik heb de testkoekjes bij de Albert Heijn gevonden voor €1,89. Hoe smaakt het?
Allereerst de geur, dit is een mengeling van de geur van een meergranencracker en een sultanakoekje.
De koekjes zijn knapperig maar niet te hard, ze zijn makkelijk af te bijten (ook met beugel :P).
Zoals vermeld heb ik dus de variant met cranberries en zonnebloempitten. Ik proef de rozijnen die in het product zitten (daar komt ook de 'sultana'-geur vandaan). De cranberries, echter, proef ik niet. Als ik naar de ingrediëntenlijst kijk is dat wel logisch als je de percentages vergelijkt (10% rozijnen, 1,9% cranberries)!
De zonnebloempit-smaak komt ook niet echt naar voren. Het smaakt wel naar een meergranen/meerzaden-koekje.
Deze koekjes smaken niet superzoet. De totale hoeveelheid suiker in het product valt ook wel mee, ongeveer 6% (het percentage suikers genoemd bij de voedingswaarde ligt iets hoger, maar dat komt omdat andere ingrediënten ook suikers bevatten).
Wat vind ik er van?
Ik schreef al dat ik de verpakking niet zo goed bestudeert had in de winkel. Daardoor was ik wel een beetje verrast door de 'sultana'-look van de koekjes. Ik verwachtte in de eerste instantie enkel verpakte graanreepjes. Er staat wel op de verpakking dat er '4x3 stuks' in de verpakking zitten, maar dit opschrift is wel een beetje verscholen op de smalle zijde van de verpakking. Vanwege de plaats in het schap waar ik deze koekjes aantrof, had ik ook een iets kortere ingrediëntenlijst verwacht. Vooral omdat fabrikanten in het huidige tijdperk graag inspelen op de 'pure' trend.
Op zich vind ik de koekjes er best aantrekkelijk uit zien met de zaadjes bovenop. Je kan direct zien dat het inderdaad zadenrijke biscuits zijn. Ik kan de lijnzaad, havervlokken en ook enkele zonnebloempitten onderscheiden.
De koekjes hebben ook een bruine kleur die je associeert met volkoren granen. Deze bruine kleur is wel een beetje fopwerk, aangezien ze het hebben versterkt door gebrande suikerstroop aan het product toe te voegen.
De koekjes heten Granola fruitbiscuits met cranberries en zonnebloempitten. Door de naam verwacht ik deze smaken ook terug te vinden in het koekje. Deze verwachting wordt naar mijn mening niet echt waargemaakt. Een betere naam zou gewoon 'meerzaden-biscuits' zijn. Als ik met mijn ogen dicht zou proeven, had ik nooit kunnen raden dat er cranberries en zonnebloempitten in zitten.
Op de achterzijde van de verpakking staat ook nog even uitgelegd wat er met 'granola' bedoeld wordt, namelijk een "rijke mix van granen, zaden, pitten, noten en gedroogd fruit".
De granen hebben ze op zich wel gehaald. Het hoge gehalte aan volkoren granen vind ik best wel positief, namelijk 50%! Aan zaden vind ik zonnebloempitten, lijnzaad en sesamzaad terug in de ingrediëntenlijst.
Maar noten zul je niet terugvinden in dit koekje (misschien wel sporen van, omdat deze ook in de fabriek worden verwerkt. Dus mensen met een noten-allergie moeten wel opletten). En het gehalte aan gedroogd fruit is ook niet zo 'rijk' (vooral rozijnen, en een klein beetje cranberry).
De associatie met granola leg ik eigenlijk dus ook niet direct. Bij 'granola-biscuits' zou ik persoonlijk wellicht een wat dikkere, grovere structuur verwachten.
Zou ik de koekjes nog een keer kopen? Nee, eigenlijk niet. De smaak is niet slecht. Vooral niet als je een tussendoortje zoekt die minder zoet is dan de meest gangbare koekjes in het tussendoortjesschap. Aan de andere kant zou je dan ook meerzadencrackers in het crackerschap kunnen zoeken. De grootste tegenvaller bij dit koekje is toch wel dat de smaakverwachting die wordt opgewekt door de naam, niet wordt waargemaakt.
Heb je een product gezien dat je ook graag in een review van mij terug wil zien? Laat het me weten!
Eens in de zoveel tijd komen we bij de Sligro, een groothandel voor de horeca, maar tegenwoordig ook erg toegespitst op de consument.
Ze hebben een uitgebreid assortiment van food en non-food artikelen. De laatste keer dat we er waren zagen de zalmfilets bij de visafdeling zo mooi uit, dus hebben we een zalmfilet (van 1,5 kg) meegenomen. Nu kon ik zelf mijn filetjes portioneren in plaats van dat de Albert Heijn dat voor mij doet ;).
Zalm is niet de goedkoopste vis, maar dit grote stuk was veel voordeliger dan de supermarkt-zalm.
Thuis heb ik de filet in stukken gesneden. De zalm heb ik per twee stuks ingevroren, maar de laatste twee filets hield ik achter om klaar te maken. (En de poes kreeg het uiteinde van de staart!)
Ik haalde de huid van de zalmfilets af om ze knapperig te bakken in de oven. De rest van de zalm werd in saus gestoofd. Aardappeltjes tegelijkertijd in de oven gebakken met het vel van de zalm, en een roerbak van sugarsnaps en champignons met sesam erbij.
Verse zalm is zeker aan te raden! Dus mocht je toegang hebben tot een groothandel of visboer én heb je genoeg ruimte in de vriezer (of heb je een groot gezelschap waar je voor moet koken), dan weet ik wel wat ik zou doen!
Gebruik jij wel eens vleeswaren bij het bereiden van de avondmaaltijd?
Hoewel ik het zelf niet heel veel doe kan het prima! Vooral ham en (ontbijt)spek zijn veelgebruikte vleeswaren. Denk eens aan spekpannenkoeken, witlof in een plakje ham gerold en met kaassaus uit de oven, kipfilethaasjes in spek rollen en bakken, of sperzieboontjes. Slavinken of blinde-/rundervinken worden ook in een plakje vlees gerold voordat ze gebakken worden. Zelf heb ik al een keer bakjes gemaakt met ham.
Vleeswaren zijn ook prima als aanvulling in een salade (evt. in stukjes gesneden), zoals kipfilet of carpaccio.
In de koelkast hadden we nog een pakje ham liggen, die besloot ik te gebruiken voor mijn gerecht.
Ik maakte een soort reuze-loempia, een filodeegpakketje met ham en groente met een oosterse draai eraan.
Terwijl ik de groente voor de vulling kookte, maakte ik een gebonden saus met o.a. kerrie. Ik roerde er ook een eitje door zodat de vulling wat zou uitzetten tijdens het bakken en wat stevigheid zou houden wanneer je het pakketje open zou snijden.
Ik plakte wat filodeegvellen op elkaar, belegde deze met plakjes ham en schepte de groenten die ik door de saus had gemengd erop. Pakketje dichtvouwen, bestrijken met wat olie en bestrooien met sesamzaad, en bakken in de oven.
Kroepoekjes erbij en een salade met wortel en atjar.
Smakelijk!
Dinsdagmiddag was mijn vriendin langsgekomen en ze bleef ook mee-eten. Ik zette gevulde pompoen op tafel. Ik heb pompoentjes gehalveerd, van de pitten ontdaan (die ik daarna weer roosterde in de oven natuurlijk) en geroosterd in de oven.
Gevuld met witte en wilde rijst en noten. Afgedekt met kruidig ei-schuim en knapperig filodeeg met sesamzaadjes.
Wel serveren met wat extra rijst ernaast, want er pastte niet zo veel in een pompoentje :).
Al een keer eerder heb ik een visstrudel gemaakt, maar ik vond het leuk om het nog eens te doen en ietsje beter. Meer kleur op het bord.
Dit recept had ik ook ingestuurd voor een wedstrijd van de Albert Heijn en het heeft een plekje gekregen op de site! Het is daar ook in pdf-vorm te downloaden.
De foto bij dit recept is door de fotografen van Albert Heijn gemaakt (ziet er goed uit!).
AH zegt over mijn recept: 'Malse visfilet met een bijzonder smakelijke en eenvoudige marinade in een krokant deegjasje. Heel smakelijk met de knapperige groenten.'
Oosterse visstrudel Eigen recept, 4 personen
Ingrediënten:
- 2 el oestersaus - 2 el ketjap manis - 2 tl sesamolie - 1 tl gemalen koriander - 1 tl laos - 1 tl gemberpoeder - ½ tl sambal oelek - 8 vellen filodeeg (diepvries, ontdooid) - 3 el zonnebloemolie - 4 bosuitjes (in ringetjes) - 4 AH puur&eerlijk pangasiusfilets (ASC gecertificeerd) - 1 el sesamzaad - 200 g broccoli (in roosjes) - 200 g sugarsnaps - 1 ui (gesnipperd) - 1 teen knoflook (fijngesneden) - 250 g champignons (in kwarten) - ½ pot atjar tjampoer (330 g, uitgelekt)
Bereidingswijze:
- Verwarm de oven voor op 220 ºC. Meng voor de marinade de oestersaus, ketjap, 1 tl sesamolie, de gemalen koriander, laos, gemberpoeder en sambal. - Leg een vel filodeeg op het werkblad en bestrijk dun met olie. Leg er een tweede vel op. Leg ¼ van de bosui op het deeg. Leg er een pangasiusfilet op en bestrijk met ¼ van de marinade. Bestrijk de deegrand dun met olie en vouw de vis als een pakketje dicht. Maak op dezelfde manier nog 3 pakketjes. - Leg de visstrudels op een met bakpapier beklede bakplaat. Besprenkel ze met de rest van de sesamolie en bestrooi met het sesamzaad. - Bak de strudels in de voorverwarmde oven in ca. 15 min. gaar, goudbruin en knapperig. Kook ondertussen de broccoli in 6 min. beetgaar. Voeg na 3 min. de sugarsnaps toe. Verhit in een wok de rest van de olie. Fruit de ui met de knoflook. Bak de champignons 2 min. mee. Schep de broccoli, sugarsnaps en atjar tjampoer erdoor en verwarm nog 1 min. Voeg peper en eventueel zout of een beetje extra ketjap naar smaak toe. - Verdeel de groenten over 4 borden. Leg er de visstrudels op.
Tip: Serveer er witte rijst en cassavekroepoek bij.
Dit gerecht is geïnspireerd op 'Rotterdam wereldstad'. Ik had het bedacht om in te sturen voor een wedstrijd. Niks mee gewonnen, maar ik kan het recept natuurlijk wel met jullie delen.
Dit recept is ook zuivel/suiker/aroma-vrij, het is zelfs zoutarm. En je kan het bereiden met gebruik van 2 kookpitten en een oven. Indien nodig zelfs 1 kookpit; je zet dan de pan met risotto even van het vuur af om op het einde in de laatste minuten van de bereidingstijd de garnalen te bakken.
Pittige kokosrisotto met garnalen 2 personen
Ingrediënten: - 1 kleine rode chilipeper - 3 cm verse gember - 3 ansjovisjes (uitgelekt) - 4 dl water - 2 dl kokosmelk - 1 sjalotje - 185 gr risotto (arborio)rijst - 2 struikjes shanghai paksoi (kleine) - 2 XXL champignons - 1 el sesamzaad - sesamolie - 200 gr (cocktail)garnalen (diepvries) - 1/2 citroen - verse koriander - 80 gr hazelnoten
Bereidingswijze: - Voor de kokos'bouillion': Verwijder eventueel de zaadjes van de chili. Hak de chilipeper en gember fijn. Snijd ook de ansjovisjes klein. - Verwarm wat olie in een steelpannetje, fruit hierin de gember en chili en voeg de ansjovis toe. Roerbak ongeveer 2 minuten, blus af met wat water. Voeg de rest van het water en de kokosmelk toe. Breng tegen het kookpunt aan, zet het vuur uit en laat trekken met een deksel op de pan. - Verwarm de oven voor op 200°C. - Voor de risotto: Snipper de sjalot en fruit deze in wat olie in een koekenpan. Doe de rijst erbij en schep op tot alle korrels met een dun filmpje olie bedekt zijn. - Schenk nu een deel van de kokosbouillion erbij en roer in de pan (op middelhoog vuur) tot alles is opgenomen. Voeg steeds weer een deel van de bouillion toe aan de pan tot deze op is. (Duurt ca. 20 minuten.) Controleer of de rijstkorrels zacht zijn, maar nog wel een bite in de kern hebben. Voeg indien nodig nog een beetje water toe aan de pan. - Was de paksoi en halveer ze. Leg de helften op een bakplaat met de donkergroene bladeren over elkaar heen. Bestrooi met sesamzaad. - Borstel de champignons schoon, verwijder de stronkjes en vliesjes. Leg de champignons op zijn kop op de groente paksoibladeren en besprenkel alle groenten met sesamolie. Schuif de bakplaat in de oven en bak ca. 12 minuten. - Ontdooi de garnalen door de 1-2 minuten in warm water te doen, laat uitlekken en dep droog. - Hak wat verse koriander grof. - Verhit een koekenpan en rooster de hazelnoten hierin enkele seconden. Laat even afkoelen op een bord en hak grof. - Verhit wat olie in de koekenpan. Voeg de garnalen toe en roerbak 1-2 minuten. Zet het vuur uit en knijp de citroen uit boven de pan. Voeg de gehakte koriander toe en schep om. - Schep de risotto in het midden van het bord, maar houd ca. 2-4 el achter. Zet de champignonhoeden als bakjes op de risotto. Verdeel de gehakte hazelnoten in de champignons. Doe de achtergehouden erbovenop en zet de garnalen erin. Leg de paksoi ernaast.
Serveersuggestie: Lekker met kroepoek, en een frisse fruitige wijn, bijvoorbeeld Casa Safra - Verdejo.
In de koelkast had ik nog een mooi stuk varkenshaas liggen. Die zou ik morgen gaan bereiden, bedacht ik me gisteravond in bed. Maar hoe? Ik had in de kast ook nog een potje mierikswortelpasta (van de biowinkel) staan die ik nog nooit gebruikt had. Hoewel op het potje staat dat je het kan gebruiken bij ei, rundvlees en gerookte vis, besloot ik het lekker eigenwijs te combineren met het varkensvlees.
En het lukte allemaal prima; het zal er leuk uit, en het was ook nog eens best wel makkelijk!
Dit was de eerste keer dat ik op deze manier een varkenshaas bereidde (en zonder recept). Het vlees had precies de goede gaarheid toen ik het aansneedt, en was zacht en mals.
Varkenshaas met sesam (Eigen recept, voor 4 personen)
Ingrediënten:
- ca. 500 gram varkenshaas (aan één stuk), op kamertemperatuur
- 1 tl mierikswortelpasta
- 1 el bruine basterdsuiker
- 1 el sojasaus
- 1 tl sesamolie
- sesamzaad (ca. 6 el)
Bereidingswijze:
- Verwarm de oven voor op 180 °C graden.
- Zet vast een ovenschaal klaar met wat heet water erin.
- Meng in een kommetje de mierikswortelpasta met de suiker, sojasaus en sesamolie.
- Schenk de marinade over het vlees. Laat ca. 20 minuten staan en draai de varkenshaas tussendoor een keer om.
- Strooi de helft van het sesamzaad op een bord.
- Verhit wat olie in een koekenpan, zorg dat het heet is. Schroei de varkenshaas snel dicht aan alle kanten. Dit gaat echt snel, in 30-60 seconden ben je hiermee klaar.
- Leg de varkenshaas vanuit de pan in het sesamzaad en strooi de rest van de sesam eroverheen zodat het vlees aan alle kanten bedekt is.
- Giet het water uit de ovenschaal en doe het vlees erin. Schuif de schaal in de oven en laat de varkenshaas in ca. 15-17 minuten verder garen.
- Laat de varkenshaas na garing in de oven ca. 5 minuten rusten (ik legde het stuk op een voorverwarmd bord met aluminiumfolie erover).
- Snijdt het vlees vervolgens in (ca. 16) plakjes en verdeel over de borden.
De varkenshaas serveerde ik met rijst, spruitjes en kroepoek.
Bij de biologische winkel hadden ze kleine samples liggen van 'organic food bars' van het merk Taste of Nature. Als je de website bekijkt krijg je meteen een heel 'fair' gevoel. Met grote letters staat er dat al hun ingrediënten rechtstreeks uit de natuur komen, dat het allemaal zo puur mogelijk is, organisch en eerlijk.
Taste of Nature was opgericht omdat ze samen een organisatie wilden creëeren dat simpele en smaakvolle producten maakt die meer teruggeven aan de wereld dan zij neemt. Dit laatste blijkt wel uit de manier waarop ze hun producten produceren. Bij elke stap in het proces denken ze 'groen'. Ze gebruiken bijvoorbeeld groene stroom en voedselafvalresten worden door boerderijen ge-'recycled' door het als diervoer te gebruiken. Ze bewerken hun ingrediënten ook zo min mogelijk om de voedingsstoffen te behouden.
"Taste of Nature combines the need to feed people real food with the need
to preserve nature. The more we give away, the more we will receive.
Taste of Nature is more about why we are making this food than the food
itself."
De producten van Taste of Nature zijn volledig organisch, glutenvrij, bevatten geen kunstmatige toevoegingen, dierlijke producten, suiker of zuivel. Dat maakt ze ook geschikt voor een grote groep mensen die bijvoorbeeld geen gluten of suiker mogen, of een veganistische leefstijl nastreven.
Even naar hun repen kijken dan maar?
Ik had drie verschillende smaken van de repen: Québec Cranberry Carnival, Niagara Apple Country en Brazilian Nut Fiesta.
Wat is het?
Het zijn glutenvrije repen op basis van bijvoorbeeld noten en gedroogd fruit. Bedoeld als gezonde snack tussendoor. Deze 'organic food bars' worden verpakt in porties van 40 gram. Ingrediënten: Québec Cranberry Carnival: pinda's, rozijnen, agavesiroop, sesamzaad, amandelen, cranberries (cranberries, appelsapconcentraat, zonnebloemolie), pompoenpitten, bruine rijststroop, volkoren bruine rijstcrisps, cranberry-smaak. Niagara Apple Country: amandelen, havermout, agavesiroop, rozijnen, appel, bruine rijststroop, volkoren bruine rijstcrisps, kaneel. Brazilian Nut Fiesta: rozijnen, pinda's, agave siroop, zonnebloempitten, amandelen, Braziliaanse noten, bruine rijststroop, walnoten, volkoren bruine rijstcrisps, pompoenpitten. Alles van organische teelt, glutenvrij.
Waar te koop?
Bij de biologische winkel. (Prijs onbekend.)
Hoe smaakt het?
Alledrie de repen zijn plakkerig als je ze aanpakt. De textuur van elke reep is anders. De Québec Cranberry reep heeft veel verschillende texturen door de noten, sesamzaad en cranberries. De smaak van deze reep is niet uitgesproken cranberry. Je proeft meer de pinda's en de sesam, behalve als je in een cranberry bijt. Je ruikt overigens wel de cranberries.
De Apple Country-reep ruikt sterk naar appel/kaneel. Deze reep heeft een mooie bruine kleur door de amandelen (en ook door de kaneel waarschijnlijk). Het is een stevige reep door de hele noten die er in zitten. Je proeft duidelijk de kaneel.
De Brazilian Nut-reep ruikt naar noten, maar je proeft vooral de rozijn. Dat is ook het hoofdingrediënt van deze reep. De Brazilian Nut is erg grof van structuur. De zonnebloempitten in de reep maken het geheel 'luchtig'.
Wat vind ik ervan?
Deze repen smaken puur. Doordat de ingrediënten voornamelijk intact zijn gelaten (dus niet fijngesneden of vermalen) proef je de diverse smaken duidelijk (en apart) en ook de verschillende texturen van de ingrediënten. Dit maakt ook dat de repen duidelijk van elkaar verschillen. Je kan het zien aan de repen; aan de kleur en de andere samenstelling van ingrediënten die je ook duidelijk in de reep kan onderscheiden. En je proeft het ook in je mond. Dit vind ik heel aantrekkelijk in deze repen.
Dat ze nogal plakkerig zijn aan je handen, daar kan ik wel overheenkomen met deze smaken. Vooral de Apple Country-reep vond ik lekker. De andere twee repen smaakten ook goed, alleen pastten de namen iets minder goed bij de repen voor mijn gevoel.
Deze repen zijn van oorsprong Canadees en duidelijk anders dan de Nederlandse Just Nuts-repen en de fruitrepen van het Duitse Allos die ik het gereviewed. Ik ben wel positief over deze repen. Ze hebben een aantrekkelijk uiterlijk, hebben een goed mondgevoel door de textuurverschillen en smaken ook lekker. Daarbij heeft de producent van deze repen een duidelijk beeld van zijn producten en aan welke eisen ze moeten voldoen. Puur en natuurlijk.
Prima als reepje tussendoor dus, is mijn conclusie.
Wat doe je als je graag iets extra knapperigs (naast de gebakken uitjes natuurlijk) bij je Oosterse avondmaaltijd wilt serveren, en je hebt geen kroepoek meer? Ik maakte zelf knapperige chips!
We hadden ook nog wel de harde plakjes kroepoek die je nog zelf moet frituren. Maar ik ben eerlijk gezegd niet zo'n fan van frituren, het geeft zo'n gespetter, en opruimwerk... Bovendien gaat je olie dan heel snel op. :S
In de vriezer had ik nog een pakje filodeeg, die heb ik gebruikt.
Ik moet nog wel wat vaker oefenen op werken met filodeeg. Op de een of andere manier lukt het me nooit om de vellen heelhuids van elkaar af te krijgen.
Op tijd beginnen met ontdooien helpt natuurlijk wel. Op de verpakking staat dat je ze 2 uur vantevoren uit de vriezer moet halen, of zelfs 10 uur eerder in de koelkast rustig moet laten ontdooien.
Dit recept is heel erg makkelijk en ook heel snel klaar! Geen enkele reden dus om het niet uit te proberen.
De hoeveelheid filocrisps is voldoende als bijgerechtje voor 4-6 personen.
Ook lekker als snack tussendoor natuurlijk ;).
Bereidingswijze:
- Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
- Meng in een kommetje de pindakaas, olie, ketjap en eventueel sambal tot een homogeen geheel.
- Spreid een vel bakpapier uit op je werkblad. Zo groot dat het op je ovenrooster past.
- Verdeel de helft van de vellen filodeeg over het bakpapier. Smeer de vellen met een kwastje in met het pinda/olie-mengsel.
- Leg de andere helft van het filodeeg hierbovenop. (Ik werkte met losse stukjes filodeeg, want ik kreeg ze dus niet ongescheurd van elkaar af. Beetje puzzelen!)
- Bestrijk de bovenkant van de filodeegvellen weer met de pinda-olie.
- Besprenkel het geheel met sesamzaadjes.
- Schuif het bakpapier met filodeeg op je ovenrooster en bak 3-5 minuten in de oven tot goudbruin en knapperig. Goed opletten want het gaat heel snel!
- Haal uit de oven en laat afkoelen (gaat snel). Breek (eventueel) in kleinere stukjes en serveer bij je gerecht.
De strudel is natuurlijk maar al te bekend met zijn appelvulling. Maar je kan veel meer doen met filodeeg. Bij deze een hartige strudel, gevuld met pangasiusfilet. Je zou het ook wel kunnen vergelijken met 'zalm en croute'. Alleen hier heb ik witvis gebruikt in plaats van zalm en de korst is dus niet van bladerdeeg, maar van het wat fijnere en minder vette filodeeg.
Visstrudel en groente Eigen recept, voor 2 personen
Bereidingswijze
- Verwarm de oven voor op op 180 graden Celsius.
- Bestrooi de vis aan twee kanten met peper. Meng in een klein kommetje ongeveer 2 kleine theelepeltjes kerrie, dezelfde hoeveelheid paprika en 1 theelepel gemalen koriander. Strooi het kruidenmengsel over de bovenzijde van de filets. Vervolgens wat peterselie erover en leg de vis even opzij.
- Was de bosuitjes, halveer ze en snijdt vervolgens deze stukken in de lengte in reepjes.
- Bestrijk de filodeegvellen met olie bestrijken en plak steeds twee stuks op elkaar elkaar. Het laatste vel halveer je en gebruik je na het inpakken van de vis om om het pakketje heen te doen (of eventuele gaatjes te dichten). Bestrijk de diagonaal van de filodeegvellen met olie, bestrooi deze met 1/2 el paneermeel.
- Verdeel een in stukjes gesneden bosuitje erover. Leg een van de visfilets erop. Vouw het pakketje dicht. Plak de randjes vast met behulp van een beetje olie. Bestrijk ook de bovenkant van het dichtgepakte pakketje met olie voor een goudbruin korstje en om de sesam te laten plakken. Besdruppel de bovenkant van de strudel met wat sesamolie en strooi de sesamzaadjes erover. Pak de andere visfilet op dezelfde manier in.
- Doe de vispakketjes in de oven. Bak in 15-20 minuten goudbruin. Controleer even na 15 minuten hoe het er uitziet.
- Maak de champignons schoon en snijd in kwarten. Doe hetzelfde met de spruitjes. Snipper de ui.
- Verhit wat olie in een pan. Fruit de ui en voeg de spruitjes toe. Roerbak enkele minuten tot ze wat zachter worden. Voeg dan de champignons toe. Breng op smaak met zout, peper, ca. 3 el ketjap, citroensap en de specerijen.
- Roerbak en meng het geheel nog enkele minuten tot de champignons iets zijn geslonken en het geheel door en door warm is. Meng op het allerlaatste de seroendeng erdoor.
- Serveer de vis met groenten en eventueel wat komkommer met chilisaus en cassavekroepoek.
Vandaag weer een hoofdgerecht. Nu met kip. Meestal snijd ik kipfilet in stukjes en roerbak het in de pan. Deze keer bleven de (scharrelkip)filets heel. Ik bakte ze aan in de pan en liet de oven de verdere garing doen. Dat is wel makkelijk voor wat grotere hoeveelheden. Het aanbakken in de pan kan je namelijk in twee porties doen als dat nodig is.
Kip in zoete sinaasappelsaus Eigen recept, voor 6 personen
Ingrediënten:
- 6 kipfilets (á 125 gram)
- 1200 gr broccoli
- rasp van 1 sinaasappel
- 500 gr rijst
- maizena
Marinade:
- sap van 2 sinaasappels (ca. 150/200 ml)
- ong. 5 el sojasaus
- 5 el vloeibare honing
- 1 cm verse gember, geraspt
- 1 klein blikje tomatenpuree
- 1 tl gemalen koriander
- 1 tl gemalen laos
- zout/peper
- 1 el azijn
- 1 el sesamolie
Bereidingswijze:
- Boen een sinaasappelschoon en rasp de schil in een bakje, zet even apart. Snijd dan beide sinaasappels doormidden en pers ze uit. Meng met de andere ingrediënten voor de marinade in een kom.
- Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Vet een kleine bakplaat, -schaal of braadslee in waar alle kipfilets naast elkaar in passen.
- Bestrooi de kipfilets met zout en peper en 'bebloem' met maizena.
- Verhit olie in een koekenpan en bak de kipfilet aan beide zijden snel goudbruin (ze zijn dan nog niet gaar vanbinnen!). Leg ze vervolgens in de bakplaat. Schenk de marinade over de kip heen en zet in de oven op 20 minuten.
- Doe de rijst in een pan en bereid volgens de aanwijzingen op de verpakking.
- Snijd de broccoli in roosjes en was ze. Doe ze alvast in de pan, maar zet deze pas aan tegen het einde van de baktijd van de kip, de broccoli is in ca. 7 minuten beetgaar.
- Controleer of de kip na 20 minuten gaar is vanbinnen, zet anders de oven op 200 graden en bak de kip nog 5 minuten langer. De kip is gaar wanneer de vloeistof uit de kip helder/transparant van kleur is als je er in prikt.
- Roer de rijst los. Giet de broccoli af en bestrooi deze met de sinaasappelrasp.
- Serveer de rijst en broccoli met de kip en saus en bestrooi met gebakken uitjes.
Product-review van Buiteman Biologische Goudse kaasbiscuits met sesam.
Wat is het?
Kleine hartige koekjes met kaas en sesam. Ze zijn circa 2 x 6 cm groot.
Het is een verpakking van 125 gram.
Ingrediënten:
Tarwebloem, margarine, Goudse kaas (21%), sesamzaad (13%), bakkersgist, melkpoeder, zeezout, ui, specerijen.
(Allen (muv het zeezout) van gecontroleerde biologische teelt.)
Voedingswaarde per 100 gr:
(Niet bekend)
Waar te koop?
Te koop bij de biologische winkel.
De prijs weet ik niet, omdat ik dit zakje cadeau heb gekregen.
Hoe smaakt het?
De kaasbiscuits zijn knapperig en ze smaken ook echt naar kaas. Ze smaken niet droog en zijn ook niet te zout, waardoor je ook niet meteen snakt naar een glas water na één hap. De combinatie met sesam gaat prima, omdat de sesamsmaak subtiel aanwezig is. Sommige kaaskoekjes hebben een beetje een muffe (na)smaak, bij deze is dat niet het geval.
Wat vind ik ervan?
Toen ik de biscuits zag, vond ik kaas en sesam een beetje een aparte combinatie. Maar het gaat prima samen! De sesamzaadjes maken ook dat de biscuits er aantrekkelijk uitzien.
Deze koekjes zijn echt 'fingerfood', ze happen makkelijk weg. Prima om te snacken tussendoor of om bij de borrel of op een verjaardag op tafel te zetten.
Deze kaasbiscuits zijn het best wel waard om te kopen. Er zitten ook geen vreemde toevoegingen in (zie ingrediëntenlijst).
Deze noodles zijn simpel en toch heel smaakvol!
De komkommer heb ik een keertje op een andere manier gesneden; nu in sliertjes. En zo krijgt het wel een beetje een 'restaurant-effect' op de foto ;P.
Noodles met sesambief en boontjes Eigen recept, 4 personen
Ingrediënten
- ongeveer 400 gr biefstuk
- 2 grote witte uien
- 400 gr sperziebonen (diepvries)
- 1 blikje bamboescheuten
- 2 el sesamzaad
- 3 el ketjap
-1 tl korianderpoeder
- 1/2 tl gemberpoeder
- 1/2 tl knoflookpoeder
- zout/peper
- 2 el + 1 tl sesamolie
- 400 gr noodles
Bereidingswijze
- Breng een pan met ruim water aan de kook voor de noodles.
- Snijd de biefstuk in dunne plakjes. Schil en snipper de 2 uien.
- Verhit ca. 2 el (wok)olie in een pan. Roerbak de biefstukreepjes op redelijk hoog vuur in ongeveer 3-4 minuten bruin. Breng op smaak met zout en peper en roer het sesamzaad erdoor. Schep het vlees uit de pan in een kom en dek af met aluminiumfolie om warm te houden.
- Doe de noodles in de pan met water en kook volgens de verpakking in 12-15 minuten gaar.
- Verhit opnieuw 2 el (wok)olie in de pan waar je het vlees net uit hebt gehaald en fruit hierin de ui. Voeg vervolgens de sperziebonen toe. Laat goed heet worden.
- Laat het blikje bamboescheuten uitlekken en voeg toe aan de groenten. Breng op smaak met de ketjap, koriander, gember- en knoflookpoeder en 1 tl sesamolie (evt. wat zout/peper).
- Voeg de biefstukreepjes toe, roer alles door elkaar en laat goed heet worden.
- Giet de noodles af en schep om met 2 el sesamolie.
- Serveer de noodles en gewokte bief en boontjes met wat komkommer(sliertjes) en kroepoek of Asian Crisps Sweet Chili. Eventueel wat atjar ketimoen en gebakken uitjes om het geheel af te maken.
Eet smakelijk!
Ps. Deze foto is gemaakt met mijn nieuwe fotocamera! Zie je verschil? :P
Gister bij de barbecue een lekker bijgerecht met champignons gemaakt. Ik heb niet de volledige hoeveelheid champignons hiervoor gebruikt, ik ook een deel van de champignons aan groentespiesjes heb geprikt :P.
Champignons met ketjap/gember-'dressing' Eigen recept, voor ca. 5 personen
Ingredienten
- 2 schaaltjes champignons (a 250 gr)
- 2 el ketjap asin
- 1 el chilisaus
- 1 el sesamolie
- 1 el honing
- 2 el water
- stukje gember van ca. 2 cm, kleingesneden
- zwarte gemalen peper
Bereiding
- Champignons schoonmaken.
- Breng een pan met water aan de kook. Kook de champignons zacht in ca. 2 minuten. Spoel onder koud water en laat uitlekken.
- Meng de ingredienten voor de saus. Doe in de pan, breng aan de kook en laat een drietal minuten pruttelen.
Giet over de champignons in een schaaltje en schep om.
Voor een dikkere saus kun je deze eventueel binden met maizena voordat je hem bij de champignons doet.